Update Standpunt vaccinatie COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed

23 april 2021

Op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten is het Standpunt vaccinatie COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed aangepast. De wijzigingen hebben betrekking op het vaccineren van zwangere vrouwen. Het standpunt is ontwikkeld door de multidisciplinaire werkgroep COVID-19 & Zwangerschap van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG).

Zwangere vrouwen met COVID-19 hebben een groter risico op het ontwikkelen van een ernstig verloop van de ziekte. Uit veiligheidsoverweging gold voorheen het advies om zwangere vrouwen te vaccineren alleen voor kwetsbare zwangere vrouwen met onderliggende ernstige aandoeningen. Inmiddels weten we dat in de Verenigde Staten nu 90.000 zwangere vrouwen zijn gevaccineerd met een van de mRNA-vaccins (Pfizer of Moderna) zonder noemenswaardige bijwerkingen. Vanaf nu wordt daarom aan alle zwangere vrouwen geadviseerd om zich te laten vaccineren, bij voorkeur met een mRNA-vaccin. In het standpunt staat daarnaast vermeld dat de Gezondheidsraad geen bezwaren ziet voor vaccinatie bij vrouwen die borstvoeding geven, omdat aannemelijk is dat de vaccins niet in de borstvoeding terechtkomen.

Het standpunt is opgesteld door de multidisciplinaire werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’ met afgevaardigden vanuit de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie (NVOG), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), Patiëntenfederatie Nederland, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG).

Bekijk het Standpunt vaccinatie COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed