Artsen die desinformatie verspreiden

28 oktober 2021

Deze column is vandaag gepubliceerd in Medisch Contact.

De afgelopen tijd krijg ik steeds vaker vragen over hoe de Federatie omgaat met artsen die online desinformatie verspreiden over het coronavirus. Hoe ga je om met dit opmerkelijke fenomeen? 

Allereerst hecht ik eraan om als wetenschapper en als voorzitter van een organisatie die veel COVID-19 informatie genereert, nog maar eens te benoemen dat onze informatie op een uiterst zorgvuldige wijze tot stand komt. De richtlijnen, handreikingen, leidraden, adviezen richting Gezondheidsraad, RIVM en OMT, komen voort uit discussies tussen, ik mag wel zeggen, de beste medisch specialisten en wetenschappers die we hebben in onze achterban. Dan is het zeer ergerlijk als enkele andere artsen dubieuze informatie verspreiden die niet strookt met de huidige wetenschappelijke inzichten.

Artsen hebben een bijzondere positie ten aanzien van het verstrekken van informatie. Mensen verwachten adviezen die recht doen aan de stand van de wetenschap en de praktijk. Er is veel vertrouwen in artsen. Dat vertrouwen is een groot goed en moet bewaakt worden. Als een arts het niet eens is met de weging die onze expertiseteams maken van onderliggend wetenschappelijk werk en de daaropvolgende adviezen uit een richtlijn, is er natuurlijk altijd ruimte om dit in te brengen in die expertiseteams. Die zullen daar dan zorgvuldig naar kijken en eventueel hun adviezen aanpassen. Het ontkennen, verdraaien of opzettelijk onjuist interpreteren van wetenschappelijke feiten heeft niets te maken met een ‘wetenschappelijk debat’. 

De Federatie heeft besloten om zo min mogelijk aandacht te besteden aan artsen die onjuiste en dubieuze informatie via social media wereldkundig maken. Hier wel aandacht aan besteden leidt namelijk tot het bieden van een podium aan de ‘desinformanten’.Het gevolg van het online weerspreken van de desinformatie leidt veelvuldig tot een lawine aan reacties wat uitmondt in een welles-nietesdiscussie met niet-medisch geschoolden. Hierdoor wordt het steeds onduidelijker wat nu de juiste informatie is. Dat schiet dus het doel voorbij. Wij kunnen onze energie beter inzetten voor het verstrekken van juiste informatie die tot stand is gekomen na een zorgvuldige weging en waardering van wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld in een persoonlijk gesprek in de spreekkamer of op de wekelijkse markt met mensen die vragen hebben over vaccineren. Heel gericht mensen bereiken die twijfelen of angstig zijn en de tijd voor hen nemen. Het ‘gezondheidskloof’ initiatief van Robin Peeters en Shakib Sana in Rotterdam is daar een mooi voorbeeld van. Al maandenlang gaan ze met vrijwilligers iedere zaterdag de wijken in om in gesprek te gaan met vaccintwijfelaars. 

Collega’s die ik spreek vertellen over patiënten die op basis van desinformatie een vaccin hebben geweigerd en bij hen in het ziekenhuis terechtkomen. De meeste patiënten hebben achteraf spijt van het feit dat ze niet gevaccineerd zijn. Er is dus schade ontstaan door onjuiste informatie. Enige tijd terug maakte de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bekend dat ze inmiddels 50 artsen heeft aangeschreven en bij 10 van hen een maatregel heeft opgelegd, onder andere omdat de artsen evident onjuiste informatie gaven over het coronavirus aan hun patiënten of via sociale media. Ik steun de IGJ in hun actie. Een collega van me zei: “Iedere patiënt die ik in het ziekenhuis opneem die vanwege desinformatie van een arts niet gevaccineerd is, voelt als een dolksteek in mijn rug.”

Peter Paul van Benthem
Kno-arts en voorzitter Federatie Medisch Specialisten
 

Peter Paul van Benthem, voorzitter Federatie Medisch Specialisten
Peter Paul van Benthem
Voorzitter Federatie Medisch Specialisten