Kwaliteitsindicatoren

Met kwaliteitsindicatoren kan de kwaliteit van zorg gecontroleerd en verbeterd worden. Interne indicatoren zijn bedoeld voor het beoordelen van de eigen zorgprocessen. Externe indicatoren zijn bedoeld om verantwoording af te leggen over de kwaliteit van de zorg aan patiënten, zorgverzekeraars, en de Inspectie. De Federatie initieert, faciliteert en coördineert de samenwerking tussen de Inspectie en de wetenschappelijke verenigingen op het gebied van kwaliteitsindicatoren.

Verzekeraars, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en de Inspectie controleren de kwaliteit van zorg met behulp van kwaliteitsindicatoren. Het registreren van kwaliteitsindicatoren draagt bij aan het realiseren van kwaliteitsverbetering. Daarnaast kan met deze indicatoren getoetst worden of de patiëntenzorg voldoet aan de actuele eisen van kwaliteit en patiëntveiligheid. Zorgverzekeraars kunnen kwaliteitsindicatoren gebruiken bij de zorginkoop. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gebruikt ze voor het houden van toezicht. De indicatoren moeten voldoen aan een bepaalde norm. Bijvoorbeeld het aantal spontane bevallingen of het percentage patiënten met doorligwonden. Er zijn veiligheidsnormen, volumenormen en normen voor indicatiestelling. 

Met kwaliteitsindicatoren kan de kwaliteit van zorg gecontroleerd en verbeterd worden. Interne indicatoren zijn bedoeld voor het beoordelen van de eigen zorgprocessen. Externe indicatoren zijn bedoeld om verantwoording af te leggen over de kwaliteit van de zorg aan patiënten, zorgverzekeraars, en de Inspectie. De Federatie initieert, faciliteert en coördineert de samenwerking tussen de Inspectie en de wetenschappelijke verenigingen op het gebied van kwaliteitsindicatoren.

Verzekeraars, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en de IGJ controleren de kwaliteit van zorg met behulp van kwaliteitsindicatoren. Het registreren van kwaliteitsindicatoren draagt bij aan het realiseren van kwaliteitsverbetering. Daarnaast kan met deze indicatoren getoetst worden of de patiëntenzorg voldoet aan de actuele eisen van kwaliteit en patiëntveiligheid. Zorgverzekeraars kunnen kwaliteitsindicatoren gebruiken bij de zorginkoop. De IGJ  gebruikt ze voor het houden van toezicht. De indicatoren moeten voldoen aan een bepaalde norm. Bijvoorbeeld het aantal spontane bevallingen of het percentage patiënten met doorligwonden. Er zijn veiligheidsnormen, volumenormen en normen voor indicatiestelling. 

Een indicator heeft een signaalfunctie en kan aanleiding zijn tot nader onderzoek. Ruwweg zijn er twee typen te onderscheiden:

  1. Interne indicatoren zijn bedoeld voor het beoordelen van de eigen zorgprocessen. Door het meten van de prestaties gedurende langere tijd kan de eigen zorg kritisch onder de loep genomen worden en kunnen ontwikkelingen worden gevolgd.
  2. Externe indicatoren zijn bedoeld om verantwoording af te leggen over de kwaliteit van de zorg aan patiënten, zorgverzekeraars, de IGJ en vele andere partijen. Externe indicatoren worden zorgvuldig geëvalueerd. Vergelijkingen tussen zorgaanbieders moeten immers reëel zijn en verschillen mogen niet worden veroorzaakt door variatie in populatie of in manier van meten.

Basisset IGJ

De IGJ gebruikt kwaliteitsindicatoren om te bepalen welke zorgprocessen in een ziekenhuis extra aandacht behoeven of om nader onderzoek vragen. Jaarlijks brengt de IGJ de Basisset Kwaliteits-indicatoren Ziekenhuizen uit. De volgende vier uitgangspunten vormen de basisfilosofie van de prestatie-indicatoren in ziekenhuizen:

  • Een prestatie-indicator geeft een signaal over de (kwaliteit van de) zorg op grond waarvan de inspectie kan besluiten nader onderzoek te verrichten;
  • Ziekenhuizen maken zelf resultaten openbaar. Zij kunnen deze dan voorzien van nadere uitleg die nodig is om een goed beeld te krijgen van de zorg in een ziekenhuis;
  • Naast externe verantwoording is ook het stimuleren van interne kwaliteitsverbetering een doel;
  • Registratielast moet beperkt blijven tot het hoogst noodzakelijke.

De Federatie Medisch Specialisten initieert, faciliteert en coördineert de samenwerking tussen de IGJ en wetenschappelijke verenigingen die de indicatoren ten behoeve van de Basisset ontwikkelen. Twee keer per jaar organiseert de Federatie een overlegronde tussen de IGJ en de afzonderlijke wetenschappelijke verenigingen. Tijdens deze overleggen brengen wetenschappelijke verenigingen nieuwe indicatoren in en bespreken zij met de IGJ de interpretatie van de data ten behoeve van het toezicht.