Juiste zorg op de juiste plek in het HMC

Haaglanden MC speelt in op veranderingen in de zorg en maatschappij. Het ziekenhuis kiest doelbewust voor de ‘Juiste zorg op de juiste plek’. Dichtbij waar het kan, in het ziekenhuis waar nodig. Orthopedisch chirurg Peter den Hollander is één van de kartrekkers van deze koers en ontwikkelde een succesvolle samenwerking met de huisartsen. 
 

‘Een groot deel van de patiënten die bij de orthopedisch chirurg komen, hoeft uiteindelijk niet geopereerd te worden. Sommigen van hen zie ik eenmalig om ze vervolgens met een behandeladvies weer terug te verwijzen naar de huisarts. Ik vroeg me af: kunnen we dat niet anders organiseren? Beter voor de patiënt, maar ook voor de huisarts en voor onszelf?’

Dat bleek inderdaad te kunnen, ondervond Peter den Hollander, orthopedisch chirurg in het Haaglanden MC (HMC): ‘Tijdens mijn jaren als lid van het stafbestuur heb ik een goed contact opgebouwd met huisartsen in de regio. Ik merkte dat veel van hen een nauwere samenwerking wilde om bepaalde patiëntengroepen sneller te helpen. Daarom heb ik samen met cardioloog Bas van der Hoeven vier jaar geleden een project rondom ‘meekijkconsulten’ opgezet: een gezamenlijk spreekuur van huisarts en medisch specialist in de eerste lijn. Vanuit het ziekenhuis kregen we steun om dit in de praktijk uit te testen.’ 

Diagnostiek en röntgenfoto

Voor zijn eigen specialisme maakte Den Hollander een analyse van de patiëntengroep die gebaat zou zijn bij zo’n gezamenlijk consult in de huisartsenpraktijk. ‘Dat is vooral de categorie patiënten die we vaak na een eenmalig consult terugverwijzen voor behandeling bij de huisarts’, legt Den Hollander uit. ‘We hebben deze groep zo goed mogelijk gedefinieerd in overleg met de huisarts, zodat we op één lijn zitten. De afspraak is dat de huisarts diagnostiek verricht en een röntgenfoto laat maken, en afhankelijk van de resultaten bepaalt of de patiënt wordt ingepland voor een meekijkconsult. Dat kan bijvoorbeeld omdat de huisarts vastloopt in de diagnostiek, omdat de patiënt aandringt op doorverwijzing, of omdat er bijvoorbeeld een injectie in het kniegewricht nodig is en de huisarts zich daartoe onvoldoende bekwaam voelt. Die patiënten zie ik samen met de huisarts, waarbij we gedrieën het verdere beleid uitstippelen.’

50 huisartsen

Inmiddels houdt Den Hollander met zijn collega's op negen verschillende plekken in Den Haag en omstreken meekijkconsulten en werkt hij samen met zo’n 50 huisartsen. ‘Ik kom eens in de vier weken een halve dag en heb dan een goed gevuld spreekuur. Voor de huisartsen is het leerzaam, na een jaar kunnen ze de meeste patiënten die we voorheen samen zagen, zelf behandelen. Dat maakt ze minder afhankelijk van het ziekenhuis en geeft continuïteit van zorg. Natuurlijk zijn we ook daarna voor overleg beschikbaar – de goede contacten maken dat zelfs makkelijker. Voor ons werkt het ook plezierig want in het ziekenhuis kunnen we ons meer richten op patiënten met complexe problemen.’
Patiënten zijn enthousiast over de werkwijze. In een peiling gaven ze gemiddeld een rapportcijfer 8,9 aan het meekijkconsult. ‘Ze waarderen vooral de aandacht van én een orthopeed én de huisarts. Het geeft ze vertrouwen dat huisarts en medisch specialist goed samenwerken.’

Kwaliteit en kosten

Het effect van de aanpak tekent zich ondertussen duidelijk af: Slechts vijf procent van de patiënten die Den Hollander samen met de huisarts ziet, gaat uiteindelijk toch naar het ziekenhuis, 95 procent kan in de eerste lijn behandeld worden. ‘We merken dat in het ziekenhuis: het aantal doorverwijzingen van de huisartsen die meedoen met de meekijkconsulten is met 20-30 procent teruggelopen. Ook na een jaar, als we weer weg zijn, blijft het aantal doorverwijzingen fors lager. Het leereffect bij de huisartsen houdt dus aan.’
Den Hollander ziet tijdens een dagdeel bij de huisarts circa zestien patiënten, tegen dertig op een poli-ochtend. ‘Het is minder efficiënt maar levert uiteindelijk veel op. In kwaliteit maar ook in kostenreductie. De zorgkosten zijn per deelnemende huisartsengroep 25.000 euro per jaar lager. Ik ben ervan overtuigd dat we een deel van de ziekenhuiszorg op deze manier kunnen organiseren. De uitdaging is hoe we dit verder opschalen.’

Interne productie

Dat is inderdaad een uitdaging. De orthopeden en de cardiologen – die vergelijkbare meekijkconsulten hebben opgezet – maakten heldere afspraken met de zorgverzekeraar en inmiddels is er een reguliere financiering voor deze consulten, met een eigen code. De vakgroep én het ziekenhuis zien de interne ‘productie’ door de meekijkconsulten teruglopen. Maar de zorgvraag in de regio is zodanig dat er ook intern nog voldoende patiënten gezien worden, mét een minder lange wachttijd. Den Hollander: ‘De zorgverzekeraar betaalt mijn honorarium wanneer ik in de huisartsenpraktijk zit, maar we maken minder gebruik van ziekenhuisfaciliteiten en het ziekenhuis mist daardoor overheadinkomsten. Je moet het intern, zowel binnen de vakgroep als binnen het ziekenhuis, dus heel goed regelen voordat je kunt gaan opschalen.’

Stap voor stap

Den Hollander pleit daarbij voor een langetermijnperspectief. ‘Experimenteren op kleine schaal is het probleem niet. Er zijn heel veel initiatieven. Maar als je écht een ommekeer wilt maken, moet je samen met het ziekenhuisbestuur kijken hoeveel zorg je op welke termijn buiten de deur wilt en kunt organiseren. Dit vraagt om visie van het ziekenhuis en een financieel meerjarenplan in samenwerking met de zorgverzekeraar. Want intern zul je moeten gaan afschalen, bijvoorbeeld in faciliteiten en werkruimte. Dat gaat niet abrupt, maar wel planmatig. Stap voor stap.’

Regionaal

In het HMC zijn de meekijkconsulten onderdeel van het programma Zorg dichtbij. Een programma waarmee het ziekenhuis doelbewust inspeelt op de behoefte aan de juiste zorg op de juiste plek. Vanuit de stuurgroep van dit programma adviseert Den Hollander, samen met vier andere collega’s, vakgroepen die een soortgelijke samenwerkconstructie met de eerste lijn willen opzetten. ‘De radiologen, kno-artsen, gynaecologen en neurologen hebben die stap al gezet. Nu zijn we bezig goedlopende projecten samen met het HAGAZiekenhuis en de huisartsen verder uit te rollen in de regio. Ik denk dat kleinere ziekenhuizen in de toekomst mogelijk zijn, maar dan moeten we wel over onze eigen schaduw heen durven stappen.’