Expertise klinisch fysicus onmisbaar voor de juiste zorg op de juiste plek

E-healthtoepassingen ondersteunen professionals bij het bieden van de juiste zorg op de juiste plek (JZOJP). Het is belangrijk de technologie die hierachter schuilgaat duurzaam in te passen in het zorgproces. Klinisch fysici vormen hierbij de onmisbare verbindende schakel tussen technologie en goede, veilige patiëntenzorg.  

 

Dankzij een slimme e-healthtoepassing kon onlangs de 200ste COVID-19 patiënt vroegtijdig het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwengein verlaten om thuis verder te herstellen. Een team van coassistenten en longartsen ontwikkelde, samen met een softwareleverancier, een app waarmee patiënten tweemaal daags hun saturatiewaarde, temperatuur en eventuele klachten door kunnen geven. Onder supervisie van longartsen beoordeelt een coassistent de uitslagen en onderhoudt deze contact met de patiënt. Patiënten vinden het fijn om veilig in hun eigen omgeving te revalideren. Het ziekenhuis behoudt meer ruimte voor reguliere zorg en nieuwe COVID-19 patiënten. En met een ligduurvermindering van gemiddeld vijf dagen blijkt de toepassing ook nog eens reuze kostenefficiënt.  

 

Veilig en verantwoord 

Dit is niet alleen een mooi voorbeeld van de juiste zorg op de juiste plek. Het illustreert tevens het vitale belang van veilige en betrouwbare technologie. En dat is precies het terrein van de klinisch fysicus. Als trekker van de e-healthpijler binnen het JZOJP-programma van het St. Antonius Ziekenhuis, is klinisch fysicus Christiaan van Swol nauw betrokken bij de implementatie en het gebruik van de app. ‘Met onze kennis zorgen we ervoor dat bestaande en nieuwe medische technologie veilig en verantwoord wordt toegepast in de patiëntenzorg.’ 

De huidige snelle ontwikkeling van e-healthtoepassingen kunnen een boost geven aan de juiste zorg op de juiste plek, vindt Van Swol. ‘E-health gaat over de informatie-uitwisseling en het contact tussen arts en patiënt - ook buiten het ziekenhuis. De achterliggende technologie kan voor meerdere medisch-specialistische vakgebieden worden toegepast. Dat vereist een brede blik en kennis van zorgprocessen in het ziekenhuis. De ontwikkeling en implementatie van betrouwbare e-health is bij uitstek het terrein van onze expertise.’  

 

Stroomversnelling 

Begin 2020 stond het ziekenhuis op het punt de e-healthpijler op een zorgvuldige en verantwoorde manier op te tuigen binnen het ziekenhuis. Van Swol: ‘We wilden de tijd nemen om mensen ervaring op te laten doen met een nieuwe manier van werken. Door bijvoorbeeld zwangeren die extra controle nodig hebben niet naar het ziekenhuis te laten komen voor een CTG-meting, maar thuis hun metingen te laten doen in combinatie met een telefonisch consult, kun je uitvinden hoe dat werkt. 

Hoe organiseer je het, wie doet wat, waar loop je tegenaan en hoe borg je de kwaliteit en veiligheid van de zorg? Belangrijk om dat allemaal goed in beeld te hebben voordat je breed gaat opschalen. Maar COVID-19 bracht alles in een stroomversnelling. Het werd ineens urgent om waar mogelijk patiënten buiten het ziekenhuis de zorg te geven die nodig is. En dus was het uitvinden en opschalen tegelijk. We regelden zaken ad hoc die je in rustiger vaarwater vooraf zou regelen. Zorgen dat patiëntgegevens automatisch geüpload worden in het elektronisch patiëntendossier bijvoorbeeld. Nu namen we voor lief dat informatie handmatig overgetypt moest worden.’  

 

Slimme pleister 

Niet alleen buiten, ook binnen het ziekenhuis kan e-health helpen om meer mensen de juiste zorg op de juiste plek te geven. Van Swol noemt het voorbeeld van de slimme pleister die continu vitale waarden als hartslag, ademhalingsfrequentie en temperatuur van COVID-19 patiënten meet. De pleister monitort continu waar voorheen verpleegkundigen de metingen drie keer per dag handmatig deden. Dat levert tijd op voor de toch al overbezette verpleegkundigen. ‘Vooral bij isolatieverpleging is het een uitkomst. En met het continu monitoren van vitale functies komt een eventuele achteruitgang sneller in beeld en kan de behandeling eerder bijgestuurd worden. Als klinisch fysicus zijn we nauw bij dit soort initiatieven betrokken. Vanaf het adviseren over de aanschaf en het testen van de pleister, tot het trainen van zorgpersoneel in het werken met deze toepassing. Er komt een hoop technologie bij kijken. De werking van de sensoren, maar ook bijvoorbeeld hoe de metingen gepresenteerd worden op een scherm of in het epd terechtkomen.’ 

 

Goed inregelen 

Van Swol beschouwt de klinisch fysicus als de verbindende schakel tussen complexe technologie en de patiëntenzorg. ‘Er komt voortdurend nieuwe technologie op ons af, de ontwikkelingen gaan razendsnel. Maar de vraag is steeds: Wat kunnen we ermee en hoe gaan we het inzetten? Onze focus ligt bij de kwaliteit en veiligheid van de zorg. Apparaten en toepassingen moeten technisch goed werken, betrouwbaar zijn en - heel belangrijk - gebruiksvriendelijk. Zowel voor medisch en verpleegkundig personeel als, in geval van thuismonitoring, voor de patiënt. Een belangrijk aspect van ons werk is het geven van trainingen om met diverse apparatuur of ict om te gaan. Daar zit een technisch aspect aan maar ook een organisatorisch kant. Het is belangrijk om nieuwe technieken goed in te regelen in bestaande zorgprocessen. Dat vraagt vaak een nieuwe werkwijze en niet iedereen zit daarop te wachten in tijden van crisis. Het helpt als je zicht kunt geven op het resultaat. Dat je daardoor meer tijd hebt voor andere patiënten bijvoorbeeld. Klinisch fysici kunnen daarbij helpen.’ 

  

Logistieke puzzel 

Een dilemma bij het invoeren van e-healthtechnologie is volgens Van Swol dat de tijd die daarvoor nodig is, wordt onderschat. ‘Kleinschalige pilot-toepassingen zijn relatief eenvoudig. Neem het voorbeeld van thuismeten bij zwangeren die extra controle nodig hebben. Ga je zo’n toepassing opschalen bij andere patiëntgroepen dan krijg je met meerdere partijen te maken: vakgroepen, huisartsen, wijkverpleging, andere ziekenhuizen. Dat vraagt om goede afstemming. Wie heeft de regie, wie is verantwoordelijk voor wat, hoe wisselen we gegevens uit en hoe integreren we de informatie uit al die systemen in het epd? Bovendien ontstaan initiatieven op verschillende plekken tegelijk, en vanuit verschillende invalshoeken. In het ziekenhuis, in de eerste lijn, landelijk… Om die initiatieven op één lijn te brengen en op te schalen, is een logistieke puzzel. Dat vraagt soms om een pas op de plaats. Klinisch fysici kunnen hierin adviseren of als projectleider fungeren. Wij kijken verder dan alleen de technologie.’ 


Als klinisch fysicus werkt Christiaan van Swol nauw samen met de Chief Medical Information Officer (CMIO) Wilbert Jellema, nefroloog in het St Antonius Ziekenhuis. De besluitvorming rondom de informatietechnologie in het ziekenhuis is ingericht naar het Referentiedomeinenmodel ziekenhuizen (RDZ) van Nictiz, de Nederlandse kennisorganisatie voor digitale informatie-uitwisseling in de zorg. Daartoe zijn er zes domeinen opgezet: voor de klinische zorg, de poliklinische zorg, de ketenzorg & e-health, beeldvorming & diagnostiek, kennis, en voor bedrijfsvoering & zorglogistiek. Binnen elk domein bereiden artsen, verpleegkundigen en ict’ers de besluitvorming rondom nieuwe ontwikkelingen en aanschaf van systemen of programmatuur voor. Zo neemt Van Swol deel aan het domein Keten & E-Health. De domeinen rapporteren aan de IV-raad, het besluitvormende orgaan, waarvan de CMIO de voorzitter is.