‘Onze inspanningen leveren aantoonbaar betere zorg op’

Patiënten de juiste zorg bieden op de juiste plek vraagt intensieve samenwerking met zorgpartners in de keten. In de aanloopfase kost dat behoorlijk wat tijd, energie en uithoudingsvermogen. Maar de investeringen lonen op de lange duur, ervaren de medisch specialisten in het St Anna Ziekenhuis. Zij zien de kwaliteit van zorg toenemen en de kosten dalen. 

Ben je hartpatiënt en woonachtig in de regio Zuidoost-Brabant? Dan heb je geluk bij een ongeluk. In deze regio werken cardiologen, huisartsen en thuiszorgorganisaties namelijk intensief samen binnen het Nederlands Hart Netwerk (NHN). Samen geven zij concreet vorm aan value based healthcare voor patiënten met hartfalen en andere cardiovasculaire aandoeningen. Dat wil zeggen: zij sturen de zorg continu bij op basis van zorguitkomsten voor de patiënt en de kosten van de zorg. En dat werkt. De samenwerking leidt inmiddels aantoonbaar tot betere patiëntwaarden en lagere kosten. 

Kwaliteit van leven

Samenwerking in de regio is volgens Ramon van de Ven, cardioloog in het St. Anna Ziekenhuis, een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot de juiste zorg op de juiste plek. Van de Ven participeert in het Nederlands Hart Netwerk, waarbij zo’n vijftig cardiologen van vier ziekenhuizen en ruim 450 huisartsen van vier eerstelijnszorggroepen betrokken zijn. ‘De regio Zuidoost-Brabant kent relatief veel patiënten met (chronische) cardiovasculaire ziekten. Gezamenlijk willen we de groeiende zorgvraag kunnen opvangen én bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van leven en de kwaliteit van zorg. Bovendien willen we de zorg dichtbij huis organiseren en de zorgkosten beheersen.’

Brede interpretatie

De aanpak past bij de visie van de St. Anna Zorggroep waar Van de Ven werkzaam is. Nadat eind 2017 de beoogde fusie met het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven niet doorging, koos het ziekenhuis nadrukkelijk voor een zelfstandige toekomst. Om die toekomst, binnen de context van het hoofdlijnenakkoord, vorm te geven, richtte het ziekenhuis een werkgroep op bestaande uit drie medisch specialisten, waaronder Van de Ven, een clustermanager en een manager voor de eerste lijn. ‘De focus lag van meet af aan op het vraagstuk van ‘de juiste zorg op de juiste plek’. In onze optiek gaat dat niet alleen over substitutie van zorg naar de eerste lijn, maar ook over vragen als: hoe zorgen we ervoor dat patiënten minder vaak naar het ziekenhuis hoeven te komen en dat er minder heropnames zijn? Helpt het om consultaties in de eerste lijn aan te bieden of telemonitoring te organiseren? Bovendien stelden we onszelf de vraag: welke patiënten kunnen wij zelf het beste behandelen en welke hebben baat bij verwijzing naar de derde lijn?’ 

Waardegedreven zorg

De werkgroep bouwde voort op het al langer bestaande programma Waardegedreven Zorg dat gebaseerd is op het concept Value Based Healthcare. Van de Ven legt uit: ‘We evalueren onze behandelingen op basis van uitkomsten waarvan patiënten zelf aangeven dat zij ze belangrijk vinden - denk aan opnameduur en nazorg. Dat peilen we via focusgroepen, de patiëntenadviescommissie en patiëntverenigingen - en in de speekkamer. Ook werken we met een aantal andere ziekenhuizen samen om onze uitkomsten te vergelijken. De data gebruiken we om continu het zorgproces rondom onze behandelingen te verbeteren en zorgpaden te optimaliseren, zoals het diagnose- en behandeltraject bij meniscusklachten. Daarnaast maken we regionale afspraken met de eerstelijn over de zorg van patiënten met bijvoorbeeld COPD, diabetes en artrose. De bedoeling is dat elke patiënt zorg op de juiste plek krijgt, met een optimale kwaliteit.’

Intensieve aanloopfase

Het realiseren van de juiste zorg op de juiste plek op basis van value based healthcare heeft een breed draagvlak binnen het St. Anna Ziekenhuis. Maar dat betekent niet dat er geen hoofdbrekers zijn. Van de Ven: ‘De zorgmix in het ziekenhuis verandert, en het aantal zware patiënten neemt toe. Die vergen relatief veel tijd en dat brengt hogere kosten met zich mee. Het overleg over de financiële consequenties met de zorgverzekeraars is lastig. Wij hebben te maken met verschillende zorgverzekeraars en de ene partij is meer bereid om mee te denken dan de andere. Bovendien zijn ook huisartsen en thuiszorgorganisaties hierbij betrokken en hebben eveneens belang bij een eerlijke financiering. Als je gezamenlijk de zorg voor bepaalde patiëntengroepen wilt verbeteren, dan heb je een intensieve aanloopfase nodig, met veel manpower en dus hogere personeelskosten. Dat betaalt zich terug op de lange duur, bijvoorbeeld met minder heropnames en minder medicatiefouten. Als zorgprofessionals slaan we de handen ineen, maar we hebben ondersteuning vanuit de zorgverzekeraars hard nodig.’

Een zorgcontinuüm

Het Nederlands Hart Netwerk (NHN) bewijst dat het kan: betere uitkomsten voor patiënten tegen lagere kosten in de zorgketen. Het succes verklaart Van de Ven vooral doordat er, los van de schotten in het systeem, een zorgcontinuüm is gecreëerd voor patiënten met een hartaandoening. ‘We hebben vier aparte netwerken opgezet rondom atriumfibrilleren, hartfalen, kleplijden en coronairlijden. Binnen die netwerken werken alle professionals met dezelfde transmurale zorgstandaarden zodat elke hartpatiënt voor dezelfde klachten dezelfde zorg krijgt. En de patiënten krijgen niet alleen zorg, zij leren ook beter om te gaan met hun ziekte. Met behulp van een app kunnen patiënten hun eigen conditie monitoren en hoeven daardoor minder vaak ‘op controle’ te komen.’ 
Een andere belangrijke succesfactor is de samenwerking zelf zegt Van de Ven: ‘De korte lijnen tussen hulpverleners, kennis van en vertrouwen in elkaars expertise en de bereidheid om van elkaar te leren en te blijven verbeteren. We delen hetzelfde doel: optimale hartzorg voor onze patiënten.’

Binnen het Nederlands Hart Netwerk zijn diverse netwerken m.b.t hartaandoeningen geïnitieerd. Deze netwerken zijn gecertificeerd door NVVC Connect

Lees meer interviews, bekijk video's en andere voorbeelden