‘Een doorverwijzing naar de juiste zorg op de juiste plek. Dát is het doel’

Moet iedere patiënt met een doorverwijzing van de huisarts gezien worden op de polikliniek? Nee, in vijf tot tien procent van de gevallen blijkt dat niet nodig. Dat is de ervaring van medisch specialisten in het HagaZiekenhuis. Sinds 2019 beoordelen zij alle doorverwijzingen van de huisarts en geven direct feedback. Het levert betere zorg op tegen lagere kosten.
 

‘Je leest de doorverwijzing, checkt de medische gegevens in het EPD als de patiënt bij ons bekend is, stelt vast of aanvullend diagnostisch onderzoek nodig is, kijkt bij welke subspecialist de patiënt het beste past én bepaalt hoe snel de patiënt gezien moet worden.’ Wilco Tanis, cardioloog in het HagaZiekenhuis, legt uit hoe zijn collega’s dagelijks, bij toerbeurt, alle doorverwijzingen van de huisarts beoordelen. De ervaringen zijn positief. Patiënten krijgen sneller de juiste zorg doordat de benodigde diagnostiek al heeft plaatsgevonden en ze bij de juiste specialist zijn ingepland. En in ruim vijf procent kan de huisarts, met een antwoord of advies van de cardioloog, de patiënt binnen de eerste lijn behandelen.

Betere follow up

Sinds 2019 beoordelen medisch specialisten in het HagaZiekenhuis alle doorverwijzingen van de huisarts. Deze werkwijze is onderdeel van het programma Haga ZorgDichtbij waarmee het ziekenhuis uitvoering geeft aan de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord 2019-2022. De vakgroep Cardiologie heeft al langer, sinds 2014, ervaring met deze aanpak. ‘In het begin waren we er huiverig voor’, vertelt Tanis. ‘We willen zo goed mogelijk inspelen op de zorgvraag van de patiënt, géén barrière opwerpen voor de huisarts. Onze vrees bleek ongegrond, huisartsen vinden het juist constructief dat wij meekijken met de doorverwijzing. Er is een hechtere band ontstaan tussen eerste en tweede lijn doordat we de verantwoordelijkheid voor onze patiënten nu meer delen. Bovendien vinden huisartsen het leerzaam om feedback te krijgen op hun doorverwijzing. Ze vergroten zo hun deskundigheid. Net als wij zien zij dit als een zinvolle bijdrage aan de juiste zorg op de juiste plek.’

Snelle feedback

De huisartsen krijgen binnen 24 uur antwoord op hun verwijzing. In veel gevallen kan de patiënt een afspraak maken voor een fysiek consult op de polikliniek. Soms is het advies aan de huisarts om eerst aanvullende diagnostiek te laten doen. Geregeld is er sprake van een ‘directe terugverwijzing’: een advies waarmee de huisarts de patiënt binnen de eerste lijn zelf de juiste zorg kan geven. Een andere optie om onnodige doorverwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen is het advies aan de huisarts om een teleconsult of meekijkconsult in te plannen via ZorgDomein. Tanis: ‘Huisartsen stellen die snelle feedback op prijs, ze kunnen hun patiënt snel duidelijkheid geven over het vervolgtraject.’

Doelmatige zorg

Zelf hebben de medisch specialisten ook baat bij het vooraf beoordelen van de doorverwijzingen. Tanis: ‘We benutten de beperkte capaciteit op de polikliniek nu beter. We zien alleen patiënten voor wie de tweede lijn van toegevoegde waarde is. Bovendien heeft noodzakelijk diagnostisch onderzoek vaak al plaatsgevonden en zien we de urgente patiënten sneller. Daardoor kunnen we eerder met de juiste behandeling starten. Deze werkwijze draagt dus bij aan goede en doelmatige zorg.’ Per werkdag besteden de cardiologen anderhalf tot twee uur aan het beoordelen van circa veertig verwijzingen. Een deel van deze investering betaalt zich terug door verbeterde efficiëntie en directe retourverwijzingen.

Vertrouwen

Hoe vinden patiënten het dat hun doorverwijzing naar het ziekenhuis eerst beoordeeld wordt? Je hoort immers wel dat sommige patiënten druk uitoefenen om gezien te worden door een medisch specialist. Toch is dat niet de ervaring van Tanis en zijn collega’s. ‘Wat we horen is dat patiënten het fijn vinden dat de huisarts overleg heeft met de arts in het ziekenhuis. Dat er contact is geeft vertrouwen. En het grote voordeel is dat ze sneller adequate zorg krijgen. Urgente patiënten worden eerder gezien, en voor de anderen lopen de wachttijden niet al te hoog op omdat de druk op de ziekenhuiscapaciteit afneemt.’

Fulltime cardioloog

Het beoordelen van de doorverwijzingen levert meer op dan betere zorg voor de patiënt. Vijf tot tien procent van de doorverwijzingen resulteert in een ‘directe terugverwijzing’ waarbij de patiënt niet naar het ziekenhuis hoeft. ‘Er zijn wel verschillen tussen de vakgroepen’, legt Tanis uit. ‘Bij de internisten is dit percentage mogelijk nog iets hoger, en bij onze eigen vakgroep is het rond de vijf procent. Dat lijkt weinig maar op 10.000 nieuwe consulten per jaar zijn dat er 500 minder, wat overeenkomt met het aantal nieuwe poliklinische patiënten van een fulltime cardioloog. En omdat het leereffect bij de huisartsen toeneemt, verwacht ik komende jaren ook een daling in het totaal aantal doorverwijzingen.’

Omzetplafond

Tanis vindt dat de huidige zorgbekostiging goede mogelijkheden biedt om meer op kwaliteit te sturen. ‘De uitdaging is om binnen het omzetplafond van het ziekenhuis nieuwe projecten te ontwikkelen om de zorg te verbeteren en de kosten te beheersen,’ zegt hij. ‘We willen iedereen die dat nodig heeft ziekenhuiszorg kunnen bieden van hoge kwaliteit. Dat kan alleen door samen met de huisartsen te kijken welke zorg écht in het ziekenhuis hoort en welke zorg in de eerste lijn gegeven kan worden - waar nodig met advies van de medisch specialist. Maar dat moet niet betekenen dat de zorgverzekeraar de budgetten terugschroeft omdat we minder mensen op de polikliniek zien. Dan zou je gestraft worden voor het verbeteren van de zorg en de inspanning die je daarvoor levert.’

Het is wenselijk dat er passende compensatie komt voor de inspanningen van medisch specialisten om patiënten voor wie de tweede lijn geen toegevoegde waarde heeft, in de eerste lijn te houden, merkt Tanis op. De huidige bekostigingssystematiek voorziet daar nu niet in. ‘Daar ligt een uitdaging voor de NZa, verzekeraars en ziekenhuizen.’