Zorg op IC-afdelingen verantwoord en veilig

12 december 2011

De Nederlandse intensive care-afdelingen leveren verantwoorde zorg. Dat is de conclusie van het rapport 'Grote intensive care-afdelingen werken continu aan kwaliteit' dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vandaag uitbracht. Marcel Daniëls, voorzitter Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten en woordvoerder namens de betrokken wetenschappelijke verenigingen: “Het rapport geeft een genuanceerd beeld: we werken inderdaad continu aan kwaliteit. En de aanbevelingen sluiten aan bij de visie van de beroepsgroepen waar in de nieuwe richtlijn voor IC-zorg rekening mee zal worden gehouden”.

Het rapport heeft betrekking op het toezichtonderzoek dat de IGZ in 2010 uitvoerde op grote intensive care-afdelingen (IC’s niveau 2 en 3). Hier liggen zeer kwetsbare patiënten die bijvoorbeeld langdurig beademd worden, multi-orgaanfalen hebben of na een ingrijpende operatie behandeld moeten worden. De IGZ concludeert dat alle IC’s voldoen aan de voorwaarden voor verantwoorde en veilige zorg. De aanbevelingen hebben betrekking op het verbeteren van samenwerking, zowel in het ziekenhuis als in de regio.

Meer inzicht

De aanbevelingen die de IGZ doet, hebben al enige tijd de aandacht van de beroepsgroep. “Na de vaststelling van de richtlijn in 2006 zijn er talloze verbeteringen in de IC-organisatie op gang gekomen. Geleidelijk aan ontstond steeds meer inzicht in de manier waarop nóg beter gewerkt zou kunnen worden. Daarom zijn de wetenschappelijke verenigingen in het najaar van 2010 begonnen met het herschrijven van de IC-richtlijn, en in dat proces zal zeker ook aandacht geschonken worden aan samenwerking in de regio”. Tussen de richtlijncommissie en de IGZ is nauw en constructief contact. Daniëls verwacht dat de richtlijn volgend jaar klaar is. Vervolgens wordt de richtlijn gepubliceerd op www.kwaliteitskoepel.nl, de website waar alle richtlijnen van de wetenschappelijke verenigingen te vinden zijn.

Bevestiging 

Marcel Daniëls is blij met de titel van het rapport. “Ik zie het als een belangrijke erkenning voor het werk van de betrokken personen en organisaties, én als een bevestiging van het feit dat medisch specialisten daadwerkelijk voortdurend bezig zijn met het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Dat is een continu proces, en dus nooit helemaal af.’’