Wat betekent het Zorgakkoord voor medisch specialisten?

26 april 2013

De medisch specialisten in dienstverband leveren per 1 januari 2014 en tot en met 2017 jaarlijks het percentage in van de incidentele looncomponent (ILO). Deze ILO maakt onderdeel uit van de zogenaamde OVA-ruimte en is vastgelegd in het OVA-convenant. Het percentage voor ILO beslaat nu circa 0,3% van de totale OVA-ruimte. In totaal leveren de werknemers uit de curatieve zorg (cure) een bijdrage van 277 miljoen euro. Mede door deze bijdrage van alle werknemers uit de cure en door de bijdrage vanuit de care is de nullijn voor de gehele zorgsector de komende jaren van tafel. 

Het OVA-convenant bevat afspraken tussen de regering, bonden en werkgevers uit de zorg  over de financiële ruimte die besteed kan worden voor verbetering van arbeidsvoorwaarden. Door deze besparing blijft het OVA-convenant gehandhaafd en kunnen bonden en werkgevers blijven onderhandelen over een verbetering van de arbeidsvoorwaarden van medische professionals.

Verder is afgesproken dat de medewerkers in de universitaire medische centra (UMC’s) van pensioenfonds gaan veranderen. Nu zijn deze medewerkers aangesloten bij het ABP. Naar verwachting zullen zij per 2014 overstappen naar pensioenfonds PfZW. Dit betekent dat zij uiteindelijk minder pensioenpremie gaan betalen. Hoeveel minder moet nog worden berekend. Behalve uiteindelijk minder premie leidt deze overgang  ook tot een gelijk speelveld tussen UMC’s en algemene ziekenhuizen op pensioengebied. Dit komt onder meer de mobiliteit van medewerkers tussen UMC’s en ander zorginstellingen ten goede. Ook samenwerkingsverbanden tussen UMC’s en andere zorginstellingen hebben baat bij deze overgang.

Tenslotte biedt het Zorgakkoord enige duidelijkheid over eerder voorgenomen bezuinigingsplannen op de vergoeding per opleidingsplaats bij UMC’s. Het kabinet zet haar voornemen om te bezuinigen op opleidingsplaatsen bij UMC’s voorlopig in de ijskast. De kabinetsplannen om de opleidingsduur mogelijk te gaan verkorten zijn echter nog niet van de baan. Hierover is de OMS nog in gesprek met het ministerie van VWS. Het ministerie gaat ook nadere eisen stellen aan de transparantie wat betreft de besteding van de opleidingsgelden door de ziekenhuizen. De OMS dringt al jaren aan op deze transparantie en is blij dat deze inspanning nu zijn vruchten afwerpt.

MHP-onderhandelaar Dick Hamaker, is tevreden met gesloten akkoord. Hij noemt het akkoord ‘verstandig en realistisch’. Hamaker is blij dat de nullijn in de zorg van tafel is en er de komende jaren kan blijven worden onderhandeld over het verbeteren van arbeidsvoorwaarden. Het afhaken van de Abvakabo vindt Hamaker ‘jammer’. Volgens hem kijkt de Abvakabo vooral naar de thuiszorg, terwijl het de MHP   en de andere bonden vooral gaat om ‘de zorg in de breedte’. De OMS is aangesloten bij de vakcentrale MHP. Via die aansluiting kon de OMS invloed uitoefenen op het afgesloten akkoord.