Vergoeding van opleidingsactiviteiten

12 december 2011

De besteding van opleidingsgelden uit het Opleidingsfonds moet inzichtelijk zijn, opleiders dienen gecompenseerd te worden voor hun inspanningen en verplichte opleidingsactiviteiten van aios dienen 100% vergoed te worden. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het gezamenlijke standpunt van de Orde van Medisch Specialisten (OMS) en de wetenschappelijke verenigingen over de vergoeding van opleidingsactiviteiten. Het standpunt staat helder omschreven in het document dat deze week naar alle opleidingsklinieken wordt verstuurd.

De opleiding van artsen in opleiding tot medisch specialist (aios) wordt bekostigd uit het Opleidingsfonds. In de huidige subsidiebedragen zijn alleen de loonkosten van de aios gespecificeerd.  Alle andere kosten zoals die voor opleidingsactiviteiten zijn niet geoormerkt. Dit maakt de discussie over besteding van gelden en vergoeding van kosten gecompliceerd.

Met het ondubbelzinnig geformuleerde standpunt over de besteding van opleidingsgelden nemen de OMS en de wetenschappelijke verenigingen stelling in deze discussie. “Het standpunt geeft duidelijkheid over de besteding van subsidiegelden specifiek voor opleidingsactiviteiten van aios en opleiders. Dit zal de kwaliteit van de opleiding te goede komen”, aldus Joep Dörr, voorzitter van de Raad Opleiding van de OMS.

In het document staan drie uitgangspunten. Allereerst is vastgesteld dat transparantie over de besteding van opleidingsgeld uit het Opleidingsfonds essentieel is. Met andere woorden, het moet inzichtelijk worden waaraan de opleidingsklinieken de aanzienlijke subsidiebedragen besteden. Ten tweede dienen opleiders gecompenseerd te worden door de opleidingsklinieken. Alleen door voldoende middelen en tijd beschikbaar te stellen kunnen opleiders en leden van de opleidingsteams de opleiding professioneel vormgeven. Ten slotte dienen verplichte opleidingsactiviteiten van aios altijd 100% vergoed te worden door alle opleidingsklinieken. Dit betekent voor aios duidelijkheid en voor opleiders dat zij op een verantwoorde manier dienen om te gaan met het bepalen van de verplichte opleidingsactiviteiten.

Het document werd gepresenteerd en aangeboden aan de Jonge Orde en aan de LVAG tijdens de AIOSdag op 5 november. Deze week wordt het gestuurd aan alle opleidingsklinieken en de wetenschappelijke verenigingen en junior verenigingen. Het standpunt vormt tevens aanleiding om met de NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ), de Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) in gesprek te gaan hoe de uitgangspunten verder uit te werken en in de praktijk te brengen.