Uit Medisch Contact: Wet cliëntenrechten moet van tafel

16 december 2011

Demissionair kabinet negeert gefundeerde kritiek

In juni werd dan eindelijk het wetsvoorstel cliëntenrechten zorg bij de Tweede Kamer ingediend. Met de eerdere kritiek van het veld is weinig gedaan. Het wetsvoorstel kan in deze vorm beter worden ingetrokken.

In juni 2010 is het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg (WCZ) bij de Tweede Kamer ingediend. De WCZ beoogt een aantal huidige wetten te vervangen, waaronder de Wgbo, de Wet klachtrecht, de Kwaliteitswet zorginstellingen en onderdelen van de Wet BIG. De afgelopen jaren is vanuit verschillende hoeken veel kritiek geuit op het voornemen van de overheid om een WCZ te maken. In april 2009 heeft ook de KNMG een zeer kritisch standpunt gepubliceerd over de toenmalige versie van het wetsvoorstel.

Veel thema’s daaruit zijn terug te vinden in het eveneens zeer kritische advies van de Raad van State. De Raad van State deelt de opvatting dat de WCZ qua inhoud en opzet niet aansluit op de gesignaleerde knelpunten in de dagelijkse uitoefening van de cliëntenrechten en oordeelt dat de regering de noodzaak van een integrale WCZ niet heeft kunnen onderbouwen. Niettemin besloot het demissionaire kabinet-Balkenende IV het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te sturen. Dat was geen goed idee.

Aanspreekpunt

Een belangrijk motief voor de WCZ is volgens de regering dat cliënten behoefte hebben aan duidelijkheid over wie het aanspreekpunt is als hun rechten niet worden nageleefd. Om die reden wordt in de WCZ de verantwoordelijkheid van de instelling centraal gesteld. Als de zorg in instellingsverband wordt verleend, moet de instelling worden gezien als de zorgaanbieder waarover de wet spreekt. De WCZ bepaalt dat het ziekenhuis met beroepsbeoefenaren die niet in dienstverband zijn (vrijgevestigde medisch specialist, maar ook de verpleegkundige zzp-er) een overeenkomst moet sluiten die garandeert dat zij zich zullen houden aan de op de zorgaanbieder rustende wettelijke verplichtingen ‘en de regels die de zorgaanbieder heeft vastgesteld omtrent de zorgverlening’. Deze laatste regels mogen uiteraard niet strijdig zijn met de professionele standaard van de arts.