Sterftecijfers ziekenhuizen openbaar

6 maart 2014

Per 1 maart 2014 moeten Nederlandse ziekenhuizen van minister Schippers van Volksgezondheid hun sterftecijfers op de eigen website publiceren. Minister Schippers van Volksgezondheid wil hiermee bereiken dat ziekenhuizen meer inzicht krijgen in de eigen prestaties en die van anderen, zodat duidelijker wordt wat beter kan. Volgens de minister bevordert de maatregel daarnaast de transparantie voor de patiënt. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) is voorstander van meer transparantie, maar wijst er wel op dat de cijfers niet geschikt zijn om de kwaliteit van de zorg van de verschillende ziekenhuizen met elkaar te vergelijken.

Alle ziekenhuizen moeten het gemiddelde sterftecijfer van alle afdelingen in het ziekenhuis (het HSMR-cijfer) en de sterftecijfers per diagnosegroep (SMR) openbaar maken. Het betreft de cijfers uit 2012 die de ziekenhuizen ook aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) leveren. De OMS heeft de NZa al eerder laten weten dat de cijfers niet bruikbaar zijn om de kwaliteit van zorg van ziekenhuizen te vergelijken. ‘Zo zullen ziekenhuizen die complexere behandelingen uitvoeren en met aanzienlijk ziekere patiënten te maken hebben, hogere sterftecijfers hebben dan andere ziekenhuizen. Ook als er op de kwaliteit van de zorg weinig aan te merken valt’, zegt OMS-bestuurslid Marcel Daniëls.


Keuze-informatie

De OMS vindt keuze-informatie voor de patiënt erg belangrijk, maar sterftecijfers daarvoor niet geschikt. ‘Ze zijn vooral een belangrijk hulpmiddel voor de ziekenhuizen om zelf verder onderzoek te doen. Hoe zit het met de kwaliteit van de gegevens bijvoorbeeld, hoe ziet onze patiëntenpopulatie er uit, hoe zit het met onze organisatie van zorg en zijn er verbeteringen nodig op de werkvloer? ’, aldus Daniëls. Volgens de OMS kunnen ziekenhuizen wel duiding geven aan de cijfers die zij nu moeten publiceren, en aangeven dat zij aan de slag zijn met hun sterftecijfers. ‘Hoewel de sterftecijfers zelf geen keuze-informatie zijn, is het voor patiënten belangrijk om te weten dat een ziekenhuis zijn cijfers serieus onder de loep neemt en waar nodig verbeteringen inzet.’