Specialisten schrijven visiedocument zorg

4 april 2012

Medisch specialisten moeten een grotere rol spelen in het debat over de toekomstige inrichting van de zorg. Dat stelt Carina Hilders, gynaecoloog en voorzitter van De Medisch Specialist 2015. Die projectgroep wil na de zomer komen met een uitgebreid visiedocument.

De Medisch Specialist 2015 is een initiatief van de OMS en de wetenschappelijke verenigingen. Volgens Hilders verzanden discussies over de zorg nu vaak in een macro-economische discussie. “Het gaat alleen over geld, de marktwerking en regionale zorgbudgetten, terwijl het primaire zorgproces leidend moet zijn.” Medisch specialisten zouden de focus van het debat richting het zorgproces moeten sturen.

De projectgroep ging in de zomer van 2011 van start. Inmiddels zijn een aantal centrale thema’s geformuleerd, te weten: toegankelijkheid, kwaliteit, financiën en opleiding. Aan de hand van die punten wil de projectgroep een samenhangende visie ontwikkelen. Concrete standpunten zijn nu nog niet ingenomen.

Nieuwe skills

Hilders: “De onderliggende dynamiek is minstens zo belangrijk. Medisch specialisten moeten de strategische dialoog  gaan voeren. We hebben het er nu onderling wel over, maar de dialoog met beleidsmakers kan beter.” Daartoe moeten aios al tijdens de opleiding ‘nieuwe skills’ aangeleerd krijgen.
Met het visiedocument moeten specialisten zich bewuster worden van de kosten van zorg en moet de beroepsgroep een grotere rol spelen bij het inzichtelijk maken van kwaliteit en kwaliteitsverschillen. Maar ook een onderwerp als ‘vrije vestiging’ zal aan de orde komen. Hilders: “We gaan vrije vestiging niet ter discussie stellen. Daar zijn de problemen in de zorg niet mee opgelost. We willen juist diversiteit benadrukken, want daardoor krijg je creativiteit en innovatie. We moeten niet iedereen in een kader plaatsen.”

Shared Decision Making

Medisch Specialisten 2015 zal ook veel aandacht besteden aan einde leven zorg en shared decision making. Hilders: “Specialisten moeten meer en meer met de patiënt in gesprek gaan om te kijken wat diens wens is en wat de consequenties zijn, zodat de patiënt kan kiezen. We zijn met onze altruïstische inslag geneigd om te kijken welke middelen allemaal nog beschikbaar zijn voor de patiënt, maar dat is niet altijd te beste zorg voor die persoon.”
De projectgroep presenteert haar basisdocument op 31 mei tijdens een besloten bijeenkomst.