Relatie tussen arts en patiënt is hart van de zorg

2 oktober 2014

De belangen van de raden van bestuur van ziekenhuizen en medisch specialisten zijn hetzelfde.  Uiteindelijk gaat het om de patiënt, en het leveren van goede kwaliteit van zorg. Dat is de boodschap tijdens het symposium 'Medisch Specialist 2015' dat plaatsvond op 1 oktober in de Rode Hoed in Amsterdam. 

Het nieuwe bekostigingssysteem waar de medisch specialistische zorg vanaf 2015 mee te maken heeft, was het centrale thema waarover diverse deskundigen uit het zorgveld spraken. Naast medisch specialisten en ziekenhuisbestuurders lichtten vertegenwoordigers van de zorgverzekeraars, banken, patiënten en ook minister Schippers hun visie toe op de invoering van de integrale tarieven. Vanaf 2015 declareren medisch specialisten hun honorariumdeel niet meer direct bij de zorgverzekeraar, maar via het ziekenhuis.

Hart van de zorg

Volgens minister Schippers van Volksgezondheid is invoering van de integrale tarieven uiteindelijk bedoeld om de zorg beter te maken, en minder complex. Ze vergelijkt het ziekenhuis met een restaurant: 'Ik betaal toch ook niet apart voor de kok?' Ze benadrukt dat het belangrijk is dat medisch specialisten bij de invoering de keus moeten blijven hebben om vrijgevestigd te zijn, of in loondienst te gaan. Maar het allerbelangrijkste is dat de kwaliteit geborgd moet zijn. Uiteindelijk gaat het om de patiënt: 'Het hart van de zorg is de relatie arts-patiënt', zegt de minister.

Artseneed

Frank de Grave, voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten (OMS) spreekt over datgene wat alle medisch specialisten bindt en drijft: de artseneed. 'De eed maakt mensen niet geloofwaardig, mensen maken de eed geloofwaardig.' De invoering van de integrale tarieven doet daar niets aan af, maar biedt juist een kans om de gezondheidzorg te verbeteren. En om tegelijkertijd een andere uitdaging aan te gaan, namelijk het doelmatig besteden van de zorgeuro. Samenwerken met zorgverzekeraars is daarbij essentieel, bijvoorbeeld door samen te investeren in onderzoek naar de effectiviteit van behandelingen. Volgens De Grave kunnen premiebetalers daar niet tegen zijn, omdat het immers betere en doelmatigere zorg oplevert. 

Tempo maken

Ook de voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) André Rouvoet spreekt over samenwerking en wil ‘tempo maken’. Hij vindt dat we in het belang van de patiënt over onze eigen belangen moeten stappen en moeten werken aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Bijvoorbeeld door het verder ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren. ‘We hebben een gedeeld belang.’