Prof. dr. D.D.M. Braat wint Opleidingsprijs 2011

12 december 2011

Utrecht, 5 november 2011, minister van VWS, Edith Schippers, reikte vanmiddag de Opleidingsprijs 2011 uit aan de beste opleider van Nederland: Prof. dr. D.D.M. Braat, opleider obstetrie en gynaecologie.  Sinds 2009 wordt deze prijs jaarlijks uitgereikt aan de beste opleider voor artsen in  opleiding tot medisch specialist (aios). Deelnemers van de AIOSdag verkozen de gynaecoloog tot beste opleider.

Er waren drie genomineerden, die door een vakjury waren geselecteerd uit de vijftig  inzendingen. De genomineerden waren, naast  Prof. dr. D.D.M. Braat: dr. C. Keijzer (anesthesiologie AMC, Amsterdam) en dr. C.F. van Dijke (radiologie, MCA, Alkmaar). Keijzer  ontving de tweede prijs en Van Dijke eindigde op de derde plaats.

De opleiders gaven tijdens de  AIOSdag een presentatie, waarna de aanwezigen mochten stemmen. De winnaars ontvingen vervolgens na een stemming de prijs uit handen van minister Edith Schippers. De prijs is mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS, de KNMG en de Orde van Medisch Specialisten en bestaat uit een beeldje en  €7000,- voor de winnaar, €2000,- voor de tweede prijs en €1000,- voor de derde prijs. Naar inzicht van de winnaars mag het bedrag worden besteed aan verbeteringen of vernieuwingen van de opleiding.

Kwaliteit

De Jonge Orde en de LVAG willen, door het toekennen van de jaarlijkse Opleidingsprijs, een positief signaal afgeven aan opleiders die er veel tijd en energie in steken om een kwalitatief goede opleiding te kunnen waarborgen. De organisaties hopen dat het andere opleiders stimuleert om de kwaliteit van de opleidingen in het algemeen te vergroten.

Criteria

Artsen in opleiding tot medisch specialist konden vanuit heel Nederland zelf hun opleider nomineren voor deze prijs. Uit deze vijftig ingezonden opleidingen zijn de beste drie gekozen door een vakjury. Opleidingen werden beoordeeld op: 1) het opleidingsklimaat; 2) de rol van de opleider binnen de opleiding; 3) de houding danwel kwaliteit van de opleider; 4) mogelijkheden tot het doen van cursussen en de ruimte die hier voor wordt gecreëerd; 5) de mate van modernisering die de opleider implementeert; 6) de vorm, kwaliteit en kwantiteit van feedback.