Praktijkvariatie onderzoek helpt kwaliteit van zorg verbeteren

12 december 2011

In de NRC van 2 augustus is aandacht besteed aan het recente rapport van onderzoeksbureau Plexus over regionale verschillen in behandeling (ook wel praktijkvariatie genoemd) rond 12 aandoeningen. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) erkent het bestaan van regionale verschillen en vindt dat onderzoek naar de achtergronden hiervan kan helpen de kwaliteit van zorg te verbeteren.

“Alle studies die kunnen helpen om de kwaliteit van het medisch handelen te verbeteren zijn belangrijk. Praktijkvariatie kan in veel gevallen verklaard worden door bijvoorbeeld patiënt gerelateerde factoren, maar daar waar niet goed een verklaring kan worden gegeven, is verder onderzoek noodzakelijk om deze variatie te duiden en ervan te leren. Daarbij geldt wel dat verschillen die niet verklaarbaar zijn en berusten op (be)handelwijzen die niet passen binnen de bestaande richtlijnen ook niet te verdedigen zijn en aangepast moeten worden ”, aldus Marcel Daniëls, voorzitter van de Raad Kwaliteit van de OMS.

Betere gegevens ondersteunen kwaliteitsbeleid

Voor de wetenschappelijke verenigingen en de OMS staat kwaliteit van zorg en de beste zorg voor de individuele patiënt op de eerste plaats. Gegevens die zicht bieden op praktijkvoering, zoals die over praktijkvariatie, kunnen helpen die zorg te optimaliseren. Het is goed dat gegevens, die worden ontleend aan de registraties van de zorgverzekeraars en ziekenhuizen, steeds meer beschikbaar komen voor de medisch specialisten. Medisch specialisten zijn gebaat bij deze gegevens die zij kunnen gebruiken om hun eigen handelen te controleren en om kritisch te blijven kijken naar de eigen praktijkvoering. Bovendien kunnen die gegevens gebruikt worden tijdens de reguliere praktijktoetsingen bij visitaties als onderdeel van een breder en actief kwaliteitsbeleid. 

Indicatiestelling heeft de aandacht

De wetenschappelijke verenigingen en de OMS vinden dat de indicatiestelling voor het uitvoeren van ingrepen of toepassen van medicijnen moet plaatsvinden op basis van het best beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal, rekening houdend met de specifieke omstandigheid waarin de patiënt verkeert. Het wetenschappelijke bewijsmateriaal en de daaruit voortvloeiende conclusies en adviezen zijn zoveel mogelijk neergelegd in medisch-specialistische richtlijnen. De wetenschappelijke verenigingen en de OMS werken continu aan het opstellen van steeds betere richtlijnen en het reviseren van bestaande richtlijnen. Eerdergenoemde gegevens over praktijkvoering en praktijkvariatie kunnen hierbij worden gebruikt, o.a. om daar waar nodig de richtlijnen scherper te formuleren.  

Discussie over praktijkvariatie is belangrijk

Medisch specialisten zijn zich bewust van het feit dat de geboden zorg naast kwalitatief optimaal ook zo doelmatig mogelijk moet zijn. Onderzoeken die dit helpen bereiken zijn zeer welkom. Hoewel het rapport van Plexus methodologische beperkingen kent, waar terdege rekening mee moet worden gehouden, is het onderzoek zeker van waarde. Het stimuleert de aandacht voor en discussie over mogelijke praktijkvariatie en helpt daarmee de kwaliteit en doelmatigheid van zorg verder te verbeteren en onnodige praktijkvariatie terug te dringen.