Platform Innovatie: de wereld van 3D-technologie

20 november 2019

Om applicaties en technologische oplossingen te maken waar dokter en patiënt echt van profiteren, is het van belang dat ze dichtbij en met grote betrokkenheid van de dokter en patiënt worden ontwikkeld, dus bij voorkeur in het ziekenhuis. Dat was de rode draad van het Platform Innovatie op 18 november in Utrecht. Ruim zestig deelnemers werden met inspirerende praktijkvoorbeelden meegenomen in de wereld van de 3D-technologie.

Tijdens het platform, dat toepasselijk in de voormalige snijzaal van het Anatomiegebouw werd gehouden, belichtten verschillende sprekers de ontwikkelingen, de toekomstige toepassingen en mogelijkheden van de 3D-technologie. Ook kregen de deelnemers een inkijkje hoe de 3D-technologie al haar weg vindt in verschillende specialismen zoals de revalidatiegeneeskunde, cardiologie en anesthesiologie. Het leidde tot veel gespreksstof waarbij deelnemers ervaringen met elkaar en de sprekers uitwisselden. Hieronder een korte weergave van de voordrachten.

Patiëntgerichte innovaties

Hoogleraar 3D-technologie in de gezondheidszorg Thomas Maal, werkzaam als coördinator in het Radboudumc 3D Lab weet uit eigen ervaring hoe succesvol het is om de kennis in het ziekenhuis zelf te ontwikkelen: ‘Ons lab faciliteert en implementeert technologische patiëntgerichte innovaties in 3D-imaging en 3D-printing op de klinische afdelingen. Zo zien we direct of wat we in het lab ontwikkelen, ook echt werkt.’ In het Radboudumc gebeurt dat al op diverse manieren: van het 3D-printen van tanden voor een tijdelijke voorziening tot het plaatsen van implantaten bij mond- en kaakchirurgie aan de hand van 3D-scans. Ook patiëntspecifieke beenprotheses, die perfect passend worden geplaatst op het bot, zijn indrukwekkend. 

Van 2D naar 3D

Aios chirurgie Lars Brouwers, werkzaam in het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg, vertelt welke plek 3D-printing heeft bij traumachirurgie. ‘Zodra de patiënt binnenkomt krijgt hij nu een tweedimensionale CT-scan. Die wordt geconverteerd naar een driedimensionaal beeld en binnen een halfuur gaat de 3D-printer aan de slag. We gebruiken de prints om uitleg te geven aan de patiënt, maar met name om complexe operaties voor te bereiden.’ Voor het printen van protheses beveelt Brouwers aan om de samenwerking op te zoeken met umc’s. ‘Zij hebben meer gespecialiseerde printers en bovendien kun je op die manier samen kennis van zaken opbouwen. Het laten printen door commerciële bedrijven is op zich niet duur, maar als je zelf het 3D-beeld kunt maken, hoef je geen patiëntendata over te dragen.’ 

Regelgeving

De visie van orthopedisch chirurg Moyo Kruyt, werkzaam in het UMC Utrecht, sluit daarop aan. Hij geeft twee voorbeelden van complexe operaties waarin een 3D-geprinte wervelkolomprothese een dwarslaesie voorkwam. ‘We kregen ook te maken met regelgeving van de Europese Medical Devices Regulation (MDR), die eisen stelt aan medische hulpmiddelen als protheses. Voor die eerste prothese – een wereldprimeur – hebben we daar een speciaal dossier voor aangelegd, omdat het zo’n nieuw veld is. Dat kostte een halfjaar. Er is steeds meer mogelijk met 3D-printtechnologie, maar je hebt een team nodig met medisch technici en mensen met juridische kennis. Ontwikkel je kennis in eigen huis, en leg dossiers aan als referentiemateriaal. “

Uitwisseling

Revalidatiearts Ferrie Harberts belicht het MAT Fieldlab, waarin medisch specialisten samenwerken met patiënten, zorgverleners, onderzoekers en bedrijven. ‘Soms vinden startups slimme dingen uit, maar blijkt opschalen lastig. Of missen ze bij de ontwikkeling van een innovatie de input van dokters en patiënten. Wij zorgen voor uitwisseling inside out, en outside in om tot degelijke marktproducten op het gebied van revalidatie te komen. Een mooi voorbeeld is een virtual reality game waarin kinderen met niet-aangeboren hersenletsel of een visuele beperking situaties kunnen oefenen zodat ze uiteindelijk zelfstandig kunnen deelnemen aan het verkeer. ’

Voorspellen

Cardioloog Eduard Holman van het LUMC geeft een kijkje in hoe algoritmes werken aan de hand van een ballenbak: ‘Ze kijken niet conventioneel, zoals wij, bijvoorbeeld alleen naar een kleur, maar maken een beslissing op een veelheid van eigenschappen, zoals ook de grootte en vorm. Daarin ontdekken ze patronen.’ Hij laat zien hoe hij met een ‘deep learning’ techniek een algoritme heeft ontwikkeld waarin kunstmatige intelligentie aortaklepinsufficiëntie kan voorspellen. ‘Er zijn ook beperkingen: kunstmatige intelligentie is alleen doelgericht toe te passen op een welomschreven probleem met duidelijke selectiecriteria. Op dit moment zijn deze tools overigens nog niet toegelaten om onafhankelijk diagnoses te stellen. Wel kunnen ze ondersteunend werken en ertoe leiden dat minder gespecialiseerde zorgverleners, zoals op de ambulance of de huisarts, tot betere diagnoses of beter verwijsbeleid komen.’

Zorg op afstand

Tot slot is het woord aan anesthesioloog-pijnspecialist Xander Zuidema van het Diakonessenhuis in Utrecht. ‘Ruim 75 procent van de mensen met kanker in een gevorderd stadium heeft pijn. In 95 procent van de gevallen is die pijn goed te behandelen, maar soms zijn de bijwerkingen zo intolerabel dat de patiënt alsnog euthanasie overweegt. Dat geldt ook voor de mensen van wie we de pijn niet kunnen behandelen. Met een intrathecaal pompje behalen we alsnog veel succes. Maar dat is in het ziekenhuis. Samen met een thuiszorgorganisatie zijn we gaan kijken hoe we dat ook in de thuissituatie kunnen organiseren. Met supervisie op afstand en communicatie via e-health en versleutelde verbindingen lukt dat. En met resultaat: patiënten ervaren minder pijn, minder bijwerkingen en hebben minder ziekenhuisbezoeken nodig.’

 

 

Naomi van Esschoten