Passende zorg in de laatste levensfase: niet alles wat kan, hoeft

5 maart 2015

Hoe bereiken we in Nederland dat mensen in de laatste periode  van hun leven passende zorg krijgen, die past bij hun wensen? Het vandaag verschenen rapport Niet alles wat kan, hoeft biedt handvatten.

Wanneer houdt medisch ingrijpen op  zinvol te zijn? Staan arts en patiënt voldoende stil bij de kwaliteit die het leven voor de patiënt heeft na een voorgenomen behandeling? Gaat hun gesprek ook over de beperkingen die de behandeling kan opleveren voor het functioneren en de kwaliteit van leven? En over de vraag of zo’n behandeling nog realistisch is?

Overbehandelen

Vaak worden deze vragen onvoldoende besproken en kiezen hulpverlener en patiënt voor de weg van verder behandelen, constateert een stuurgroep met vertegenwoordigers van patiënten, artsen, verpleegkundigen, ouderen en oudere migranten in het rapport Niet alles wat kan, hoeft. Zij beschrijven in het rapport de mechanismen die deze overbehandeling veroorzaken, met als gevolg een tekort aan aandacht voor de kwaliteit van leven en voor andere keuzes dan doorbehandelen. De Federatie Medisch Specialisten nam ook deel aan de Stuurgroep.

Maatregelen

De betrokken organisaties benoemen maatregelen om te stimuleren dat mensen in de laatste periode van hun leven wél passende zorg krijgen. In het rapport staat heel concreet uitgewerkt hoe overbehandeling kan worden teruggedrongen. De organisaties geven in het rapport aan hoe zij hieraan werken. De stuurgroep nodigt iedereen die het aangaat uit om deze maatregelen op hun eigen terrein vorm te geven. Op de volgende vijf punten wil de stuurgroep als eerste vooruitgang boeken:

  1. Het aanvaarden van en het praten over het levenseinde wordt gewoner;
  2. De wensen van patiënten worden verhelderd en de samenwerking, inclusief overdracht, verbeterd;
  3. Beslissingen neem je samen: het proces van besluitvorming wordt verbeterd;
  4. Richtlijnen zijn niet alleen gericht op ‘doen’, maar ook op ‘laten’;
  5. Het zorgstelsel wordt minder gericht op productie en meer op passendheid.