Orde stuurt brief over opleiding aios

12 december 2011

Zoals u ongetwijfeld heeft vernomen, is in de documentaire ‘Oefenen op de patiënt’ van Zembla op 22 april 2007 het beeld geschetst van aios als onmondige artsen, die onvoldoende kwaliteitszorg zouden leveren en medisch specialisten/opleiders, die aios onvoldoende zouden begeleiden tijdens hun opleiding en met name regelmatig zouden weigeren tijdens een avond-, nacht- of weekenddienst naar het ziekenhuis te komen als de aios daarom vraagt.

Onderzoek onder aios

De informatiebron is de enquête naar bevlogenheid van aios waarvan de eerste resultaten in Medisch Contact hebben gestaan (‘Toegewijd maar oververmoeid’, 10 november 2006) en waarop één van de hoofdonderzoekers (drs. J. Prins) in de uitzending een toelichting geeft. Deze enquête is in opdracht van de Landelijke Vereniging van Assistent-Geneeskundigen (LVAG) uitgevoerd onder de titel ´Balanceren tussen opleiding, werk en privé: een onderzoek naar bevlogenheid´. Volgens de LVAG was het doel van het project het in kaart brengen van de arbeidsomstandigheden en het welzijn van de Nederlandse artsen in opleiding tot medisch specialist. Meer dan 2000 aios (ongeveer 40%) hebben meegedaan aan de enquête. Samenvattend blijken Nederlandse aios zeer toegewijde werknemers te zijn met een relatief laag ziekteverzuim. Ondanks hun bevlogenheid voldoet ongeveer 20% van de aios aan de criteria van burn-out en wijzen de in de enquête vastgestelde ernstige vermoeidheidsklachten bij een groot deel van de aios op een zorgwekkende situatie. Niet alleen voor de aios zelf maar natuurlijk ook voor hun patiënten, aldus de LVAG.

Medische fouten?

In de enquête is ook aandacht besteed aan de vraag of aios gedurende hun opleiding medische fouten maken die negatieve gevolgen hebben voor hun patiënten. Iets meer dan 50% van de aios reageerde hier bevestigend op. Verder blijkt er een verband te bestaan tussen het voorkomen van burn-out en oververmoeidheid en het maken van medische fouten. Dit punt dient overigens nog door de onderzoekers verder te worden uitgewerkt. De conclusie dat er jaarlijks 1000 fouten door aios worden gemaakt, is onjuist. Het gaat om 1000 fouten in 3 jaar. Bovendien is niet gevraagd naar de ernst van de medische fouten.

Kritiek op Zembla

Zembla heeft de getallen en gegevens zeer ongenuanceerd naar buiten gebracht. De LVAG heeft in een voorgesprek met de onderzoeksjournalisten van Zembla het belang van het onderzoek toegelicht en aangegeven, dat zaken als werktijden, werkdruk en werkbegeleiding op de agenda moeten worden gezet en de nodige aandacht dienen te krijgen. Ook is duidelijk aangegeven dat de begeleiding in de meeste opleidingsziekenhuizen veelal voldoende tot goed is te noemen. Excessen zijn aanwezig, maar het is vooralsnog onduidelijk hoe vaak dit voorkomt. Zembla heeft er echter voor gekozen noch de nuanceringen door de LVAG noch de bestaande mogelijkheden voor het melden van misstanden in de uitzending te noemen. De resultaten van de enquête zijn bovendien niet vastgelegd in een rapport. Dat maakt reageren eigenlijk onmogelijk. Desalniettemin heeft ook de Tweede Kamer vragen gesteld naar aanleiding van de uitzending en zijn patiënten ongerust gemaakt. De onderzoekers zeggen overigens dit jaar met nog meer gegevens te komen, echter wederom in de vorm van artikelen.

Reactie De Jonge Orde en Orde van Medisch Specialisten

Ondanks de bijdragen die diverse partijen hebben geleverd, is uiteindelijk alleen (een minimaal deel van) de reactie van de Orde in de uitzending van Zembla verwerkt. De Orde heeft daarin aangekondigd een brief te sturen aan alle betrokkenen. Hoe ongenuanceerd de uitzending ook was, al zou maar een klein percentage van alle aios het opleidingsklimaat ervaren zoals geschetst, dan is dat al genoeg reden om hierin verbetering aan te brengen.
De Orde wil via de Raad voor Wetenschap, Opleiding en Kwaliteit haar verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook de reden voor het versturen van deze brief.

De Jonge Orde en de Orde zijn van mening dat de Arbeidstijdenwet (ATW) eigenlijk de belangrijkste regeling is die de aios beschermt tegen een te hoge werkdruk. De ATW is echter niet aan de orde gekomen. Naleving van de ATW moet worden gecontroleerd door de Arbeidsinspectie, de opleiders én de raden van bestuur van de ziekenhuizen. Daarnaast wordt van medisch specialist en aios steeds meer gevraagd qua zorg voor complexere patiënten, communicatie met de beter geïnformeerde en meer eisende patiënt, bij- en nascholing, onderwijs aan studenten en co-assistenten, administratie, opstellen van protocollen, verzamelen van kwaliteitsgegevens en vaak ook participatie in wetenschappelijk onderzoek. Zelden wordt echter extra geld vrij gemaakt voor uitbreiding van het aantal artsen. De opleiding mag niet ondergeschikt zijn aan het dienstrooster. Oftewel: aios zijn er niet alleen om ‘productie’ te leveren. Hierdoor ontstaat er een spanningsveld in de verdeling van taken tussen medisch specialisten en hun aanstaande collega’s. De vierentwintiguurszorg moet immers
gegarandeerd blijven. En dat is niet alleen het probleem van de aios of van de opleider. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de raad van bestuur.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Voorop staat dat de opleiding van de aios een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van zowel de opleidingsziekenhuizen als de opleidingsgroep èn de aios. Het is niet juist alleen de opleiders hierop aan te spreken. Het opleidingsziekenhuis moet de arbeidsomstandigheden bewaken, het opleidingsteam moet het opleidingsklimaat waarborgen, de aios kan en moet eventuele misstanden kunnen bespreken en zo nodig kunnen aankaarten. Diverse partijen, waaronder De Jonge Orde, de KNMG en de Orde hebben die gezamenlijke verantwoordelijkheid in hun reacties benadrukt.
De raden van bestuur van de algemene ziekenhuizen en universitair medische centra zijn wel benaderd door Zembla maar hebben ervoor gekozen niet te reageren en eerst het onderzoek van de Arbeidsinspectie af te wachten (start in september).
Aios de weg wijzen
De MSRC heeft een schriftelijke reactie gegeven, waarin werd benadrukt welke wegen de aios kunnen bewandelen als zij niet tevreden zijn over de kwaliteit van hun opleiding en de arbeidsomstandigheden en dat niet bij hun opleider zelf kwijt willen of kunnen. Kennelijk zijn die wegen echter onvoldoende bekend onder aios. De KNMG zal het initiatief nemen om de aios hierover te informeren en roept ook de andere actoren op hun verantwoordelijkheid te nemen.

Plicht opleiders 

Ook opleiders kunnen daarin een rol vervullen door aios te wijzen op die mogelijkheden.
Het is de plicht van de opleiders te allen tijde voor de aios beschikbaar te zijn en de gewenste en vereiste opleidingsinspanningen te verrichten.
Dat is ook vastgelegd in de ‘Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist’, die bijna 10 jaar geleden is opgesteld, onlangs is aangepast en dient ter verduidelijking van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van aios en hun supervisoren. Het Kaderbesluit van het CCMS schrijft voor dat de ziekenhuizen deze modelinstructie vóór de aanvang van de opleiding aan de aios verstrekken. Als opleider kunt u daar op toezien.

Verzoek aan opleiders

Hoewel wij ons goed realiseren dat opleiden al veel extra inspanning kost, verzoeken wij u een en ander binnen uw wetenschappelijke vereniging en binnen uw opleidingsteam aan de orde te stellen. Het is ons bekend dat in een aantal opleidingsziekenhuizen het opleidingsteam en de aios al met elkaar om tafel zijn gaan zitten naar aanleiding van de publicatie in november vorig jaar. Dat initiatief verdient navolging.

Indien u inderdaad aanwijzingen mocht hebben voor situaties zoals geschetst in de uitzending van Zembla, dan gaan wij er vanuit dat u hierop actie onderneemt. De Orde van Medisch Specialisten is vanzelfsprekend bereid u daarbij zo nodig bij te staan.  
Tijdens de eerstvolgende vergadering van de Raad voor Wetenschap, Opleiding en Kwaliteit zullen wij dit onderwerp bespreken met de voorzitters van de wetenschappelijke verenigingen.

Met vriendelijke groet,
Namens het bestuur van de Orde van Medisch Specialisten

Prof. dr. P.A.M. Vierhout, algemeen voorzitter                             
Dr. L.H. van Hulsteijn,voorzitter Raad voor Wetenschap, Opleiding en Kwaliteit