Opleidingsetalage: vernieuwd en op eigen benen

10 februari 2016

De Opleidingsetalage was tot voor kort een project met subsidie vanuit VWS. Die projectstatus is inmiddels afgerond, maar de Opleidingsetalage gaat door. De Federatie Medisch Specialisten zet de website voort en stimuleert het veld om het stage aanbod uit te breiden. Een goede ontwikkeling stelt Ben Tomlow, bestuurslid van DJS en aios longziekten, deze week in Medisch Contact: De website is nu een stuk aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker. Door meerdere zoekfuncties is het voor de aios veel makkelijker om een specifiek wensenpakket samen te stellen. Zo kan er geselecteerd worden op opleidingstype, stageduur en onderwijsinstelling.’

De Opleidingsetalage past binnen de huidige individualisering van de opleidingsduur. Steeds meer wordt de inhoud en duur van de opleiding bepaald door de capaciteiten en wensen van de aios. De Opleidingsetalage biedt aios een overzicht van de mogelijkheden, zodat ze hier vervolgens een keuze in kunnen maken die past bij hun leerwensen. Jaap Hamming, chirurg en opleider in het LUMC verwacht niet dat aios de website gaan gebruiken als een broodjeszaak waar je alleen het lekkerste van uitkiest. ‘Er is een landelijk opleidingsplan waarvan bepaalde eindtermen gehaald moeten worden, en een individueel opleidingsplan waarbinnen de stage moet passen. Een aios kan dan ook niet zomaar een stage doen zonder in overleg te gaan met zijn of haar opleider.’ Ook Tomlow maakt zich geen zorgen om de individualisering. ‘Als je van stage naar stage hopt, zal niemand kunnen beoordelen of jij een goede arts bent. Dat werkt dus alleen maar tegen je. De voorkeur gaat ernaar uit om het grootste gedeelte van je opleiding in je eigen ziekenhuis te volgen. Het aanbod op de Opleidingsetalage is vooral bedoeld voor extra verdieping, passend binnen je profiel.'

Inmiddels heeft het grootste gedeelte van de ziekenhuizen zich bij de opleidingsetalage aangesloten en telt de website bijna 1200 stages afkomstig van verschillende specialismen.

Lees het volledige artikel via de website van Medisch Contact