OMS en De Jonge Orde pleiten voor andere vervangingsregeling aios

14 januari 2013

Sinds januari is het voor opleiders niet langer mogelijk om ongeschikte aios met behoud van subsidie te vervangen. Volgens de OMS en De Jonge Orde kan hierdoor de onwenselijke situatie ontstaan dat ongeschikte aios niet of pas in een laat stadium uit de opleiding worden gezet. Wij pleiten daarom voor een periode van twee jaar waarbinnen een opleider zijn aios kan vervangen.

Jaarlijks beëindigt zo’n 10 procent van de artsen in opleiding tot specialist (aios) voortijdig zijn opleiding. Dit kan leiden tot financiële en organisatorische problemen op hun opleidingsafdeling, zoals onderbezetting.

De subsidieregeling van het Opleidingsfonds maakte het mogelijk om deze aios te vervangen als hun dienstverband of arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid werd beëindigd. Deze ongeschiktheid kon zowel door de opleider als door de aios zelf worden aangegeven. In beide gevallen behield de opleidingsinstelling de opleidingsplaats en de daaraan gekoppelde gelden.

Onterecht als ongeschikt bestempeld

In 2010 is deze regeling aangescherpt; een aios kon alleen worden vervangen als er sprake was van ongeschiktheid naar het oordeel van de instelling of opleider. Het oordeel van de aios was daarbij niet meer relevant. Als een aios om een andere reden besloot om de opleiding te beëindigen, kon de opleider geen gebruik maken van deze regeling. Dit leidde soms tot de onwenselijke situatie dat aios die hun opleiding beëindigden ten onrechte ongeschikt verklaard werden, om de subsidie uit het Opleidingsfonds te behouden.

Maak vervangen binnen twee opleidingsjaren mogelijk

Sinds 1 januari jl. is het niet meer mogelijk om ongeschikte aios met behoud van subsidie te vervangen. Dit lost volgens ons weliswaar het probleem van de onterechte ongeschiktheidsverklaring op, maar heeft als risico dat ongeschikte aios niet, of pas in een laat stadium, de opleiding verlaten.

Daarom willen wij dat in de toekomst opleiders alle aios kunnen vervangen waarvan de opleiding binnen twee opleidingsjaren na aanvang wordt beëindigd. Ook wanneer deze beëindigd wordt om een andere reden dan ongeschiktheid. Deze periode van twee jaar is voldoende voor zowel de aios als de opleider om een goede inschatting van het functioneren te maken.