Medisch specialisten in dienstverband zijn geen grootverdieners!

16 december 2011

In het artikel ‘Topsalaris arts in loondienst’ van het Financieele Dagblad van 28 juli 2010 wordt een beeld geschetst dat de medisch specialist in dienstverband in onder andere de universitair medische centra (UMC’s) een grootverdiener zou zijn. Niets is minder waar! De medisch specialisten in de UMC’s en hun collega’s in dienstverband in de perifere ziekenhuizen weten beter.

Jaarlijks maakt het ministerie van Binnenlandse Zaken aan het eind van het jaar een lijst met cijfers bekend op grond van de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (Wopt). Rond de 80 % van de medisch specialisten in dienstverband van de UMC’s komt in het geheel niet in aanmerking om te worden opgenomen in deze lijst of welke lijst van ‘grootverdieners’ dan ook. Slechts een klein percentage (circa 2%) van de universitair medisch specialisten komt net boven de inkomensnorm (130% van het gemiddelde salaris van een minister) uit die de overheid van plan is te gaan instellen voor bestuurders in de publieke sector.

Openbaar

Volgens de Wopt moeten organisaties die onder de werking van deze wet vallen de gegevens openbaar maken van functionarissen waarvan de beloning in enig jaar boven het gemiddeld ministersalaris (in 2009 lag dat op € 188.000) uitkomt. Dit bedrag dient niet te worden verward met de inkomensnorm! Op welke wijze het FD aan de gegevens is gekomen is niet bekend. Voor het jaar 2009 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken de gegevens nog niet openbaar gemaakt.

Wat in het FD niet wordt meegenomen is dat de Wopt-bedragen niet één op één te vergelijken zijn met het normbedrag. In de Wopt worden bijvoorbeeld ook meegenomen de pensioenafdracht en belaste voorzieningen. Het normbedrag moet met ongeveer 30% worden verhoogd om te kunnen vergelijken met het WOPT bedrag. Dit heeft het FD helaas niet gedaan.

Normering beperkt

Bovendien vergeet het FD aan te geven dat de Minister van Binnenlandse Zaken vorig jaar expliciet aangaf dat de normering zich zal beperken tot de bestuurders in de semipublieke sector, zoals leden van de raden van bestuur van ziekenhuizen en UMCs. De minister schreef: “Anders dan in de ambtelijke structuur is het in delen van de semipublieke sector niet ongebruikelijk dat een functionaris vanwege zijn specialistische kennis, buitengewoon talent of (internationale) marktwaarde een bezoldiging ontvangt die uitstijgt boven dat van de hoogst leidinggevende of bestuurder”. Dat een klein deel van de medisch specialisten, zoals hoogleraren met internationaal veel aanzien boven de norm zitten past daarom gewoon binnen het beleid van de overheid.

Garantieregelingen

Bovendien wordt een deel van de topinkomens verklaard door het nog bestaan van garantieregelingen uit het verleden. In 1999 werden namelijk de vrije praktijken binnen de UMCs opgeheven en werden de toen werkzame medisch specialisten daarvoor gecompenseerd. Het aantal medisch specialisten met een dergelijke compensatieregeling loopt snel terug tot nul.

Kortom, de inkomens van de gemiddelde medisch specialist, c.q. van verreweg de meeste medisch specialisten in loondienst liggen echt beduidend lager dan wordt voorgesteld in het artikel van FD. Medisch specialisten in loondienst zijn absoluut geen ‘grootverdieners’!