Invoering van IFMS vereist cultuuromslag in ziekenhuis

12 december 2011

Rien Meijerink, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, stak zijn mening over de invoering van het Individueel Functioneren Medisch Specialisten (IFMS) het afgelopen voorjaar niet onder stoelen of banken. ‘Bizar laag’, noemde hij de kleine 20 procent medisch specialisten die deelneemt. De beroepsgroep is niet ontevreden.

In april 2008 presenteerde de commissie IFMS van de Orde van Medisch Specialisten (OMS) haar eindrapportage over de invoering van een systeem voor evaluatie van het individueel functioneren van medisch specialisten. Het rapport Persoonlijk beter was het resultaat van drie jaar onderzoek naar mogelijk te hanteren IFMS-methodes, internationale literatuur en best practices. Daarin gaf de commissie meermaals aan dat het implementeren van IFMS in alle Nederlandse ziekenhuizen een omvangrijk project zou worden. Vanuit praktisch oogpunt: ziekenhuizen moeten databases ontwikkelen, medisch specialisten moeten
worden opgeleid tot gespreksleider en het heeft organisatorisch het een en ander om het lijf.

Maar de invoering van IFMS behelst ook een cultuuromslag. Waar de beroepsgroep voorheen nooit gevraagd werd om op individueel niveau verantwoording af te dragen, zou dit vanaf nu gemeengoed worden. En een dergelijke omslag heeft tijd nodig. Dat was ook te zien in het Sittardse Maaslandziekenhuis, inmiddels Orbis Medisch Centrum, dat in Nederland als best practice fungeerde: na vijf jaar deed meer dan 40 procent van de medische staf mee aan IFMS, na acht jaar lag dat percentage op ruim 90 procent.