Drie nominaties Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019

11 juni 2019

De knoop is doorgehakt. Na intensief en zorgvuldig beraad heeft de vakjury van de Wetenschaps- en Innovatieprijs van de Federatie Medisch Specialisten drie genomineerden geselecteerd uit de 21 inzendingen van de wetenschappelijke verenigingen. De kanshebbers zijn onderzoeken van de cardiologen, internisten en radiologen, de mdl-artsen en de pathologen. Het blijft nog even spannend. Op 27 juni maken we bekend wie de gelukkige winnaar is van de Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019.

 
De genomineerden zijn (in willekeurige volgorde): 
  • AMACING studie van de radiologen, internisten en cardiologen. Een onderzoek naar het effect van toevoegen van extra vocht bij onderzoek met contrastmiddelen.
  • MijnIBDcoach studie van de mdl-artsen. Een onderzoek naar de effecten van telemonitoring bij patiënten met een chronische darmaandoening.
  • CAMELYON16 challenge van de pathologen. Een onderzoek naar het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het opsporen van uitzaaiingen bij borstkankerpatiënten.
 
De vakjury onder leiding van ZonMw-voorzitter Jeroen Geurts was onder de indruk van het hoge niveau van de onderzoeken. Specifiek is er gelet op relevantie voor de klinische praktijk, multidisciplinaire samenwerking, het grensverleggende karakter van de studies en een goede opzet en uitvoering van het onderzoek. Daarnaast is beoordeeld in hoeverre de innovatie aantoonbaar heeft geleid tot verbetering van het zorgproces. De drie genomineerde inzendingen sprongen er volgens de jury absoluut bovenuit. 
 

Onderzoeksvragen

AMACING studie
Bij onderzoek met contrastmiddelen werd bij risicopatiënten extra vocht toegediend om nierschade te voorkomen. Een multidisciplinair team van radiologen, internisten en cardiologen onderzocht of dit eigenlijk wel zinvol is. Onderzoeker Estelle Nijssen: “We toonden aan dat extra vochttoediening niet effectief is en beter achterwege gelaten kan worden. De standaard zorg in Nederland en Europa is  daarop aangepast: deze patiënten hoeven nu niet meer één tot twee dagen opgenomen te worden in het ziekenhuis. Zo voorkomen we de complicaties die soms optreden zoals hartfalen, en we besparen in Nederland alleen al vijftig tot honderd miljoen euro per jaar aan zorgkosten.” 

Onderzoekers: Estelle Nijssen, Roger Rennenberg, Patty Nelemans, Brigitte Essers, Marga Janssen, Marja Vermeeren,  Vincent van Ommen, Joachim Wildberger
Deelnemende ziekenhuizen: MUMC+
Specialismen: radiologie, interne geneeskunde en cardiologie

MijnIBDcoach
Wat zijn de effecten van de telemonitoring tool MijnIBDcoach op de zorg voor patiënten met de darmaandoening IBD? Dat onderzocht Marin de Jong met haar onderzoeksteam. De Jong: “Nadat we deze tool ontwikkeld hadden, wilden we weten wat het effect ervan is op de zorg. We toonden aan dat de tool helpt om de ziekteactiviteit bij deze patiënten beter te monitoren. Dit leidde tot een significante verlaging van het aantal ziekenhuisopnames (-50%) en polikliniekbezoeken (-36%) en een verbetering van de therapietrouw. Bovendien kunnen we met het gebruik van de tool een kostenbesparing realiseren van 550 euro per patiënt per jaar, wat neerkomt op een jaarlijkse besparing van 44 miljoen euro.”

Onderzoekers: Marin de Jong, Andrea van der Meulen-de Jong, Marieke Pierik, Tineke Markus, Mariëlle Romberg-Camps, Nofel Mahmmod e.a.
Deelnemende ziekenhuizen: MUMC+, LUMC, Zuyderland MC en St. Antonius Ziekenhuis
Specialisme: maag-, darm -en levergeneeskunde

CAMELYON16 challenge
Is het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het opsporen van uitzaaiingen bij borstkankerpatiënten net zo accuraat als een onderzoek door de patholoog? Jeroen van der Laak deed hier vergelijkend onderzoek naar. “Onze conclusie was dat de beste kunstmatige intelligentie systemen net zo goed werken als een patholoog die zonder enige tijdbeperking de taak uitvoert”, vertelt van der Laak. “De systemen waren zelfs significant beter dan pathologen die werken onder tijdsdruk. Het gebruik van kunstmatige intelligentie levert de patholoog bovendien een flinke tijdsbesparing op; tijd die vrijkomt voor complexere diagnostiek en overige taken.”

Onderzoekers: Jeroen van der Laak, Babak Ehteshami-Bejnordi, Peter Bult, Marcory van Dijk, Paul van Diest, Geert Litjens
Deelnemende ziekenhuizen: Radboudumc en UMC Utrecht
Specialisme: pathologie