Doorbraak parttimeprobleem pensioenaftopping

26 februari 2016

Voor zo’n 2000 medisch specialisten met een deeltijd dienstverband is er een doorbraak in het pensioenaftoppingsprobleem. De onevenredige impact van de fiscale beperkingen in de pensioenopbouw voor deze parttimers is tot een minimum gereduceerd. Na lang aandringen van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en de Federatie Medisch Specialisten telt pensioenfonds PFZW de gewerkte uren tijdens diensten mee bij de berekening van het parttimepercentage. Dit scheelt een groot deel van de medisch specialisten die parttime werken duizenden euro’s aan pensioenopbouw.

De maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016. De parttimefactor voor de pensioenopbouw wordt hoger, waardoor het plafond waarbinnen fiscaal gefaciliteerd kan worden opgebouwd, ook hoger ligt. De maatregel is structureel. PFZW heeft hiermee binnen het kader van het pensioenreglement het probleem voor medisch specialisten met een deeltijd dienstverband tot het uiterste geminimaliseerd. “De LAD en de Federatie hebben de afgelopen tijd de druk flink opgevoerd, en we zijn dan ook zeer gelukkig dat we dit voor onze achterban hebben kunnen binnenhalen”, zegt onderhandelaar Jan-Willem Le Febre. Deze druk trok ook de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) over de streep. “De NVZ toont hiermee een constructieve houding, en we hopen dat we op deze voet verder kunnen om tot een reële oplossing te komen voor het volledige pensioenaftoppingsprobleem”, zegt Le Febre. “Een eerste belangrijke stap is hiermee in ieder geval gezet.”

Voorbeeld

De regeling van PFZW voorkomt een pensioengat van tienduizenden euro’s. Een voorbeeld: in de oude situatie werd een kinderarts die nu 42 jaar is en 36 uur werkt, dus 0,8 fte, afgetopt op € 80.000 euro. Boven dat bedrag bouwde hij geen pensioen meer op. Door de regeling van PFZW wordt nu de toelage die hij krijgt vanwege het draaien van diensten, de zogenaamde intensiteitstoeslag, bij de 0,8 fte opgeteld. Afhankelijk van het aantal uren dat de arts wekelijks aan diensten draait, loopt deze toeslag op tot 15%, dus 0,15 fte diensten. Hierdoor wordt de kinderarts (aan het einde van zijn schaal) afgetopt op € 95.000. De arts bouwt met deze regeling nu meer pensioen op. De jaarlijkse premie stijgt in dit voorbeeld met circa 3.500 euro, waarvan de helft door de werkgever en de helft door de werknemer wordt betaald. Het bedrag dat de kinderarts hiermee extra opbouwt, is 1,75% x 15.000 euro = € 262,- euro per jaar. De kinderarts bouwt in totaal tot zijn 67ste nog 25 x 262 = € 6.562,- extra pensioen per jaar op en dan levenslang. Als hij op zijn 67ste met pensioen gaat, heeft hij bij de gemiddelde levensverwachting van 79 jaar ongeveer 80.000 euro extra pensioen ontvangen.

2015

Voor medisch specialisten die geen diensten draaien geldt de regeling niet. “Voor hen proberen we nog een oplossing te vinden”, zegt Le Febre. Daarnaast willen de Federatie en de LAD ook een oplossing voor 2015. “Er is er sprake van een doorbraak in dit dossier, maar ook al zijn er technische belemmeringen, we willen dit geld over 2015 ook nog terugkrijgen voor onze achterban.