Column Robert Sie: Stoelendans

11 november 2015

Vorige week werd mijn aandacht gewekt door het gezondveluwe.nl- initiatief, dat een "revolutie in de zorg” wordt genoemd. Zorgaanbieders uit Harderwijk komen met een speciaal 'GezondVeluwe Keurmerk' voor verzekeraars. Pas als zorgverzekeraars geen beperkingen aan behandelingen stellen, krijgen ze dit keurmerk. De zorgaanbieder bepaalt, en zo niet, dan komt er geen afspraak met de zorgverzekeraar. Met dit initiatief eisen zorgaanbieders hun stoel aan de onderhandelingstafel weer op en wijzen zij verzekeraars terug naar hun eigen stoel: “Niet de verzekeraars bepalen wat goed is voor patiënten, maar wij”, zeiden de initiatiefnemers.

Jaarlijks worden door zorgaanbieders en zorgverzekeraars contractonderhandelingen gevoerd. Zorgverzekeraars kennen een zorgplicht en zijn daarmee wettelijk verantwoordelijk om voldoende, kwalitatief goede én bereikbare zorg in te kopen voor hun verzekerden én maken afspraken over de prijs. Deze jaarlijkse onderhandelingen verlopen niet altijd even gemakkelijk. Zorgverzekeraar en zorgaanbieder kunnen van mening verschillen over volume, prijs en kwaliteitsnormen waaraan de te leveren zorg moet voldoen.  

Daarbij maakt het zogenaamde ‘MacroBeheersinstrument (MBI)’ de jaarlijkse onderhandelingen niet eenvoudiger. Want als achteraf blijkt dat op landelijk niveau in totaal meer geld is uitgegeven door zorgverzekeraars dan in de Miljoenennota is begroot, dan moeten álle instellingen een deel van hun omzet terugbetalen. Dit voelt onrechtmatig aan als je als zorgaanbieder keurig binnen het gecontracteerde budget bent gebleven. Anderzijds is het vreemd dat de natura-verzekering de zorgverzekeraars verplicht om bij niet-gecontracteerde aanbieders 75% van de kosten te betalen, zelfs als deze zorg niet aan de kwaliteitsnormen voldoet of te duur is!

In het nieuwste plan van minister Schippers voor een aangepast MBI worden overschrijdingen van het landelijk financieel kader (groten)deels teruggevorderd bij die zorgaanbieders die geen contract hebben gesloten. Het idee: als zorgverzekeraars zorg netjes binnen de kaders contracteren, is de ongecontracteerde zorg de veroorzaker van een overschrijding en moet deze zorg worden terugbetaald. In het geval dat het ontberen van een contract terug te voeren is op ondermaatse kwaliteit van de geleverde zorg of een bewuste keuze is van de zorgaanbieder om meer zorgvolume te kunnen leveren, is dit begrijpelijk.

Maar het is uitdrukkelijk níet de bedoeling dat de zorgverzekeraars op deze manier teveel onderhandelingsmacht krijgen en op de stoel van de zorgaanbieders gaan zitten. Bijvoorbeeld door het bepalen van de volumenormen, waartegen we als Federatie Medisch Specialisten al eerder ageerden. Daar gaan immers de wetenschappelijke verenigingen over, die al uitstekende normen en richtlijnen hebben opgesteld. Als medisch specialisten door de zorgverzekeraars worden gedwongen afwijkende richtlijnen te volgen en simpelweg te tekenen bij het kruisje, kan dit grote risico’s opleveren voor de patiëntveiligheid en toegankelijkheid van zorg. Onlangs hebben we hierover  wederom onze zorgen bij de minister geuit.

Het vinden van een goede balans op de zorginkoopmarkt blijkt geen gemakkelijke, en begint steeds meer op een stoelendans te lijken. Maar of het nu gaat over initiatieven uit Harderwijk, of ideeën van de minister, het is een goed dat we samen zoeken naar die balans. Want dat is niet alleen goed voor de zorgaanbieders en zorgverzekeraars, maar vooral degene die op die andere stoel zit in de spreekkamer: de patiënt.

Robert Sie, bestuurder Federatie Medisch Specialisten en anesthesioloog

(Deze column is verschenen in Medisch Contact op 11-11-2015)