Briljante mislukkingen award

18 juli 2017

Nog te vaak lopen we kansrijke innovaties in de zorg mis omdat we onvoldoende leren van mislukkingen. Dat stellen Paul Iske en Bas Ruyssenaars, initiatiefnemers van het Instituut voor Briljante Mislukkingen. Om deze kansrijke innovaties te helpen ontdekken en aandacht te geven organiseert het Instituut de Briljante Mislukkingen in de Zorg award. Het Instituut roept zorgbestuurders, zorgprofessionals en patiënten op om mislukkingen aan te melden voor deze award. Zij openen daarvoor een speciale website.

Het is de vierde keer dat een dergelijke award wordt uitgereikt. Bas Ruyssenaars: “Met deze award hopen we bij te dragen aan het creëren van een beter innovatieklimaat in de zorg. Door opvallende cases in het licht te zetten willen we mensen inspireren en hen helpen uit te komen voor mislukkingen, en vooral om ook iets met deze ervaring te doen. Hoewel iedere ervaring in zijn totaliteit uniek is, zijn er wel vaak overeenkomsten te vinden. Paul Iske: “Zo zijn we gekomen tot een aantal patronen voor mislukken, die we beschreven hebben door middel van archetypes die vaak worden herkend in de praktijk.”

Dag van de Briljante Mislukking

7 december 2017 is gekozen als Dag van de Briljante Mislukking in de Zorg. Op deze dag maakt de jury de prijswinnaars van de Mislukkingen in de Zorg-award bekend. De jury bestaat uit Paul Iske (voorzitter), Edwin Bas (GfK), Cathy van Beek, (Radboud UMC), Bas Bloem (Parkinson Center Nijmegen), Gelle Klein Ikkink (Ministerie VWS), Henk Nies (Vilans), Michael Rutgers (Longfonds), Henk Smid (ZonMW), Mathieu Weggeman (TU Eindhoven).

Winnaars van eerdere jaren waren Dr. Loes van Bokhoven (nieuw zorgtraject zonder patiënten), Jim Reekers (in het verleden behaalde resultaten) en Catharina van Oostveen (Tijd voor Topzorg).

Onderzoek

Op 7 december 2017 presenteert het Instituut voor Briljante Mislukkingen in samenwerking met onderzoeksbureau GfK haar monitor-onderzoek naar de houding van professionals ten opzichte van de omgang met mislukkingen. Aan de hand van een kwalitatieve vragenlijst vragen zij zorgprofessionals om hun werkomgeving te typeren en vast te stellen of er ruimte is voor improviserend werken, of daarvan geleerd wordt en of dit daadwerkelijk tot nieuwe situaties leidt.