Aanwijzingen over praktijkvariatie moeten nader onderzocht

30 maart 2012

Het terugdringen van ongewenste praktijkvariatie is een gewenste ontwikkeling  vanuit een kwaliteits- en patiëntveiligheidsperspectief, alsook doelmatigheidsoverwegingen. Het vandaag gepresenteerde rapport van het CPB  over praktijkvariatie biedt interessante aanknopingspunten voor verder onderzoek. Over de oorzaken van de waargenomen verschillen kunnen nu namelijk geen valide conclusies worden getrokken. Wat is de werkelijke verklaring van de waargenomen verschillen? De OMS dringt aan op een breder en actueel vervolgonderzoek, om de signalen uit het rapport nader te bestuderen. In de tussentijd staat het onderwerp praktijkvariatie hoog op de agenda van de wetenschappelijke verenigingen en OMS.

De houdbaarheid van ons zorgstelsel staat onder druk en daardoor staan we gezamenlijk voor een enorme uitdaging. Het aantal chronisch zieken neemt toe, als ook de welvaartziekten. Zorgkosten stijgen, terwijl onze potentiële beroepsbevolking afneemt. De zorg-euro dient doelmatig besteedt te worden, zeker nu deze steeds schaarser wordt. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat de kwaliteit van de zorg (nog) beter kan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de laatste jaren veel onderzoek wordt gedaan naar praktijkvariatie.

Onderzoek CPB naar praktijkvariatie

Vandaag presenteerde het Centraal Plan Bureau (CPB) een onderzoek naar praktijkvariatie. Praktijkvariatie betreft variatie in praktijkvoering tussen zorgverleners of zorginstellingen binnen een homogeen gebied. Het onderzoek sluit aan op eerdere onderzoeken van bijvoorbeeld Plexus. CPB heeft specifiek gekeken naar de invloed van aanbod op praktijkvariatie. Ofwel: leidt de aanwezigheid van meer medisch specialisten in een regio tot meer behandelingen in die regio? CPB stelt in haar onderzoek dat dit zo is. De OMS is van mening de CPB conclusies prematuur zijn en meer onderzoek nodig is. Onderzocht dient te worden of de waargenomen verschillen niet door een hogere arbeidsproductiviteit kan worden verklaard.

Is praktijkvariatie een probleem?

Praktijkvariatie wordt veelal benaderd als een onwenselijk fenomeen. Echter is praktijkvariatie niet altijd ongewenst.  Praktijkvariatie kan verklaard worden door verschillen in de samenstelling van patiëntenpopulatie. Ook kan er sprake zijn van gewenste praktijkvariatie, bijvoorbeeld als gevolg van  patiëntenpreferenties, door concentratie van zorg en selectieve zorginkoop.  Verder kan ruimte in de interpretatie van wetenschappelijke evidence zorgen voor verschillen in zorg.  Daar waar praktijkvariatie wordt geconstateerd is dan ook altijd nader onderzoek noodzakelijk naar de oorzaak ervan. Waar vervolgens sprake blijkt van “ongewenste”  praktijkvariatie, is het zaak deze terug te dringen. Vanuit een maatschappelijke en professionele verantwoordelijkheid heeft praktijkvariatie  dan ook de expliciete aandacht van de medisch specialisten, hun wetenschappelijke verenigingen en de Orde van Medisch Specialisten (OMS).

Breder onderzoek is nodig

Onderzoeken naar de achtergronden van praktijkvariatie stimuleren de aandacht voor en discussie over mogelijke praktijkvariatie, zo ook dit rapport van het CPB. Het huidige CPB rapport biedt interessante aanknopingspunten voor verder onderzoek. De OMS pleit dan wel voor een breder en meer actueel onderzoek  op basis van recente gegevens, waarin dan ook de achtergronden van de waargenomen praktijkvariatie worden meegenomen.Een dergelijk vervolgonderzoek, waaraan de OMS graag bijdraagt,  zou meer dan 8 aandoeningen moeten toetsen om een nauwkeuriger beeld te krijgen de achtergronden van praktijkvariatie.

Praktijkvariatie hoog op agenda van OMS en wetenschappelijke verenigingen

Vooruitlopend hierop staat praktijkvariatie hoog op de agenda van de OMS en de wetenschappelijke verenigingen. Wetenschappelijke verenigingen  en OMS nemen aanwijzingen over praktijkvariatie onder de loep en starten projecten  om bijvoorbeeld de variatie in het voorschrijven van geneesmiddelen te onderzoeken en te verminderen.  Tegelijkertijd werkt een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers namens wetenschappelijke verenigingen en OMS,  aan een collectieve visie op dit onderwerp en een actieplan. Om ongewenste praktijkvariatie te reduceren is samenwerking tussen partijen in het veld nodig. Medisch specialisten kunnen  dit niet alleen. Een bijdrage hieraan door het CPB wordt daarom omarmd.