Bestuurslid Léon Winkel: “Ik ben trots op wat we bereikt hebben”

8 januari 2018

Per 1 januari neemt Léon Winkel afscheid als bestuurslid van de Federatie. Onder zijn leiding verbeterde de positie van medisch specialisten in dienstverband en zijn er grote stappen gezet in de cao-onderhandelingen. Ook stond hij op de barricades tijdens de actiedag tegen de pensioenaftopping. “Dat is het meest vakbondsachtige wat ik ooit gedaan heb.”

U bent al behoorlijk wat jaren actief als bestuurslid bij verschillende organisaties. Wat maakt dat u zo bevlogen bent?
“Dingen die niet goed gaan, wil ik graag verbeteren – in plaats van af te wachten tot iemand anders ze oplost. Dat gevoel had ik al sterk in mijn assistentenperiode, toen ik aanliep tegen het feit dat aios in academische ziekenhuizen geen onregelmatigheidstoeslag kregen. Onrechtvaardig, vond ik. Ik besloot me er, samen met de toen nog Jonge Orde, voor in te zetten. Vervolgens werd ik door hen als bestuurslid gevraagd. Zo is het balletje gaan rollen.”

Waarom koos u een aantal jaar geleden voor een bestuursfunctie bij de voormalige Orde – later de Federatie, en niet bij bijvoorbeeld uw eigen wetenschappelijke vereniging?
“Laat ik vooropstellen dat ik mijn wetenschappelijke vereniging minstens zo belangrijk vind als de Federatie, maar daar ligt de focus vooral op inhoudelijke en vakspecifieke zaken. Zelf heb ik meer affiniteit met organisatorische kwesties – als kind kwam ik al op voor belangen van anderen, of dat nou op school of op de plaatselijke sportvereniging was. Mijn werk als bestuurslid bij de Federatie is vakoverstijgend: het gaat over álle medische specialisten. Voor hen wil ik het goed organiseren, zodat zij in de beste positie zitten om hun werk te kunnen doen. Dat is iets waar de Federatie zich hard voor maakt.”

Wat was uw drijfveer toen u als bestuurslid begon?
“Ik wilde me hard maken voor een betere organisatie van medisch specialisten in dienstverband in algemene ziekenhuizen, want de verschillen in de organisatie en positionering per ziekenhuis waren groot. Vanuit de Federatie hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt om te laten zien dat het niet uitmaakt hóe je georganiseerd bent in een ziekenhuis, maar dát je georganiseerd bent. Met als resultaat dat specialisten in dienstverband zich nu verenigd hebben in een VMSD.
Een andere, belangrijk drijfveer was de vernieuwing van de cao. Die onderhandelingen begonnen in 2012. Twee grote aandachtsgebieden stonden centraal: ten eerste wilden medisch specialisten meer grip hebben op hun eigen werk en meer verantwoordelijkheid bij strategische besluiten, ten tweede moesten er afspraken worden gemaakt op het gebied van gezond en veilig werken.”

Welke rol speelde u in die onderhandelingen?
“Ik zat bij alle gesprekken aan tafel – enerzijds in de rol van bestuurder, anderzijds in die van dokter in de praktijk. Dat vond ik een meerwaarde, want ik kon eenvoudig toetsen of een voorstel aan tafel ook haalbaar bleek in de praktijk. Gedurende de onderhandelingen zijn er een aantal afspraken gemaakt en vastgelegd, maar de verdere invulling daarvan kan nu pas plaatsvinden. Dat komt met name omdat het hele pensioengebeuren voor enorm veel vertraging heeft gezorgd.”

Hoe vond u dat?
“Wat ik vooral lastig vond, is dat alle betrokken partijen tijdens de cao-besprekingen constructief en positief aan tafel zaten, maar door de pensioenkwestie lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Dat was overigens ook leerzaam: blijkbaar kunnen de zaken alsnog misgaan, hoezeer je de boel ook op orde hebt. Het mooie is dat je op een gegeven moment ook weer over die verschillen heen kunt stappen en met elkaar verdergaat.”

Waar bent u het meest trots op?
“Dat we iedereen op de been hebben gekregen op de actiedag tegen de pensioenaftopping. Hoewel niemand had gedacht dat de dokters daadwerkelijk actie zouden voeren, was er in heel Nederland sprake van een zondagsdienst. Ik ben er overigens vooral trots op dat patiënten er zo min mogelijk last van hebben gehad: bij de intensive care en spoedeisende hulp werd immers gewoon gewerkt. Zelf ben ik die dag het hele land doorgereden met de Federatie en de LAD om de actievoerders in een aantal ziekenhuizen te steunen. Dat is het meest vakbondsachtige wat ik ooit gedaan heb.”

Vindt u de pensioenkwestie daarmee een succes?
“Ja, want het overgrote deel van de werkgeversbijdrage is aan artsen teruggegeven. Sommige mensen zullen ongetwijfeld zeggen dat we de honderd procent niet hebben teruggevorderd, maar als je ziet om hoeveel geld het nu per dokter gaat, is dat wel een succes te noemen. Daarbij heeft deze kwestie het belang van de Federatie laten zien: iedereen kon actievoeren en steunde elkaar. Zelfs de vrijgevestigde specialisten voelden zich betrokken, ook al ging het hen niet aan. Die eenheid was mooi om te zien.”

Nam u uw ervaringen als bestuurslid mee in uw dagelijkse werk?
“Absoluut. Naast kinderarts en bestuurslid ben ik medisch manager van de vakgroep kindergeneeskunde en betrokken bij het management van mijn ziekenhuis. Door mijn bestuursfunctie bij de Federatie heb ik een bredere blik gekregen en weet ik welke invloed landelijke zaken op een ziekenhuis, en de medisch specialisten die er werken, kunnen hebben. Ook op bestuurlijk vlak heb ik veel geleerd, zoals onderhandelen en spreken over wat goed gaat en beter kan.”

Wat laat u achter nu u vertrekt?
“De organisatie van VMSD’s in algemene ziekenhuizen en de samenwerking met MSB’s is de afgelopen jaren goed neergezet. Nog steeds organiseren we regelmatig bijeenkomsten om medisch specialisten op dit vlak nog meer handvatten te bieden. Daarnaast is er een platform stafconvent voor academische ziekenhuizen in de maak, omdat ook die groep medisch specialisten meer organisatie en zeggenschap in een ziekenhuis wil hebben. Momenteel wordt er gekeken hoe de Federatie hen kan ondersteunen. Daar zal mijn opvolger zeker mee verdergaan.”

Wat wilt u uw opvolger en wetenschappelijke verenigingen meegeven?
“Wat betreft mijn opvolger: ga vol aan de slag met alle lopende zaken. De trein rijdt redelijk, maar mag hier en daar tandje harder. Overigens hoop ik dat mijn opvolger in wat rustiger vaarwater terechtkomt, want de afgelopen jaren waren vrij roerig. De voorzitters van de wetenschappelijke verenigingen zou ik willen meegeven om van de Federatie een succes te maken. De Federatie bestaat pas drie jaar en in het begin moesten veel mensen eraan wennen, maar het is echt een andere organisatie dan de voormalige Orde. Het is dé vereniging van alle wetenschappelijke verenigingen, dus probeer dat ook zo te voelen. Als wetenschappelijke verenigingen hun inspanningen blijven leveren, krijgen ze dat dubbel en dwars terug.”

En wat zou uw advies zijn aan de Federatie?
“Ik denk dat de Federatie goed op de kaart staat bij de politiek en zorgverzekeraars. Dat moeten ze blijven uitstralen: constructief en in oplossingsgerichte modus, maar met oog voor wat dokters wel en niet kunnen. Daarnaast hoop ik dat de Federatie de komende jaren haar betekenis nog beter kan laten zien aan de leden van de wetenschappelijke verenigingen. Zodat iedereen weet: dit is mijn club, en die club zorgt ervoor dat ik onder goede arbeidsomstandigheden kan werken en een net salaris heb.”

Wat zijn uw toekomstplannen?
“Ik ga me volledig inzetten als kinderarts en medisch manager voor mijn ziekenhuis – met een fusering en verbouwing is er genoeg te doen. Met mijn gezin heb ik afgesproken dat ik het komend jaar iets rustiger aandoe op het gebied van bestuursfuncties.” Lachend: “Maar daarna zal het bloed ongetwijfeld kruipen waar het niet gaan kan.”

  • WIE: Léon Winkel, kinderarts
  • GEBOREN: op 22 maart 1973 in het Noord-Hollandse Waarland
  • STUDEERDE: geneeskunde aan het AMC in Amsterdam
  • VOLGDE: de opleiding tot Kinderarts in het Erasmus MC Sophia in Rotterdam
  • PROMOVEERDE: aan het Erasmus MC Sophia in Rotterdam in 2004 op de ziekte van Pompe
  • IS: kinderarts in het Spaarne Gasthuis
  • BEGON: als bestuurslid bij de Jonge Orde en werd later (vice)voorzitter. Zat later in de werkgroep Medisch Specialist 2015. In 2012 werd Winkel bestuurslid van de Orde van Medisch Specialisten en werd drie jaar geleden vicevoorzitter van de Raad Beroepsbelangen van de Federatie Medisch Specialisten. Ook zat hij in het Federatiebestuur van de KNMG.
  • NEVENFUNCTIES: Medisch manager van de vakgroep kindergeneeskunde
  • HOUDT VAN: hardlopen, Ajax, lezen en tijd met zijn gezin
  • THUIS: Léon Winkel is getrouwd en heeft drie zoons