Pathologen lanceren Kennisagenda

15 juli 2021

Binnen de pathologie zijn de tien belangrijkste kennishiaten geïdentificeerd en gebundeld in de Kennisagenda Pathologie die deze maand is gepubliceerd. Daarmee komt het totale aantal op 29 kennisagenda’s binnen de medisch-specialistische zorg. Bij het prioriteren van de onderzoeksvragen is gelet op goede aansluiting bij het belang van patiënten, onderzoekbaarheid, relevantie en impact op vakgebied en maatschappij. 

 
Wim Timens, werkgroepvoorzitter Kennisagenda Pathologie: ‘Met deze kennisagenda willen we een impuls geven aan de wetenschappelijke onderbouwing van de zorg binnen ons vakgebied, waardoor de zorg efficiënter, veiliger en doelmatiger wordt.’

Tumoren beter classificeren

De pathologen willen onder andere de vraag beantwoorden hoe moleculaire data geïntegreerd kunnen worden met morfologische data om tumoren beter te classificeren. Bij een aantal tumortypen die ontstaan in verschillende organen is het de vraag in hoeverre het echt verschillende entiteiten zijn of onderdeel van een spectrum als daarbij dezelfde moleculaire afwijking wordt aangetoond. Een belangrijke onderliggende vraag is of entiteiten met dezelfde moleculaire veranderingen eenzelfde klinisch beloop hebben en/of op dezelfde wijze behandeld kunnen worden. 

Uitzaaiingen van melanomen beter voorspellen

Een andere vraag in de kennisagenda is: ‘Welke parameters zijn effectief in het voorspellen van het metastaseringspatroon in melanomen?’ Sommige patiënten met een melanoom komen in aanmerking voor systemische adjuvante therapie. Deze therapie is effectief voor het verbeteren van de ziektevrije overlevingswinst maar kan ook (ernstige) bijwerkingen geven, terwijl een deel van de patiënten hier geen baat bij heeft. Voor het deel van de melanomen die niet uitzaaien of zich beperken tot in transit cutane metastasen, zal adjuvante therapie overbehandeling zijn. Er is dus behoefte aan een predictiemodel dat het metastase patroon (en dus prognose) van melanomen effectief kan voorspellen, zodat er een meer individueel gerichte behandeling kan worden toegepast.