Nieuwe richtlijn gebruik MRI bij patiënten met implantaten

13 december 2019

In welke gevallen is het veilig om een MRI-onderzoek uit te voeren bij patiënten met implantaten? Een nieuw gepubliceerde richtlijn biedt handvatten voor deze beslissing. De richtlijn is bedoeld voor MR veiligheidsdeskundigen zoals klinisch fysici. Daarnaast kan de richtlijn nuttig zijn voor alle leden van beroepsgroepen die betrokken zijn bij de planning van MRI bij patiënten met implantaten: radiologen, MBB’ers (MR-laboranten) en verwijzers voor MRI-onderzoek.

De twee modules van deze richtlijn gaan over patiënten met een hartklepprothese, annuloplastiekring of mitraclip en over patiënten met een cerebrale aneurysma clip, voor wie een onderzoek wordt aangevraagd op een MRI-scanner.

Handvatten voor MRI-veiligheid van implantaten

Implantaten die in het lichaam zitten kunnen ervoor zorgen dat het soms niet lukt om goede MRI-beelden te krijgen. Andersom kan het magnetisch veld en of de radiogolven ook invloed hebben op het implantaat, bijvoorbeeld door het te laten verplaatsen of op te warmen. Dit kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Het is daarom belangrijk om voorafgaand aan MRI-onderzoek te weten welke implantaten er in het lichaam zitten en te bepalen of MRI-onderzoek veilig plaats kan vinden. Er is echter niet altijd voldoende informatie beschikbaar over de MRI-veiligheid van implantaten. 

Fabrikanten moeten zelf aangeven onder welke categorie implantaten vallen: ‘MRI-veilig’, ‘MRI voorwaardelijk’ of ‘MRI-onveilig’. Uit voorzorg gaan fabrikanten hierbij vaak aan de veilige kant zitten en stellen extra voorwaarden. Daarnaast is ook met regelmaat niet te achterhalen wat voor type implantaat een patiënt precies heeft gekregen. Door deze kennislacune kan geen goede afweging gemaakt worden tussen enerzijds de risico’s die een MRI-onderzoek met zich meebrengt en anderzijds de risico’s van het ontbreken van de diagnostische informatie van datzelfde MRI-onderzoek. In ziekenhuizen wordt hier verschillend mee omgegaan. De nieuwe richtlijn biedt voor vier typen implantaten handvatten om het risico goed in te schatten en het beleid rondom MRI bij deze patiënten overzichtelijker en eenduidiger te maken.

Aanbevelingen

Een belangrijke aanbeveling voor de praktijk is dat er bij patiënten met een hartklepprothese, annuloplastiekring of mitraclip gescand kan worden zonder verdere voorwaarden als er gescand wordt met een ‘whole body’ MRI-systeem van 1,5 of 3T met een horizontale en gesloten supergeleidende magneet (>95% van de diagnostische MRI systemen in Nederland). Voor patiënten met een cerebrale aneurysma clip worden aanbevelingen gegeven wanneer en hoe er veilig gescand kan worden. In de toekomst zullen ook modules ontwikkeld worden voor MRI bij andere soorten implantaten. 

Samenwerking

De richtlijn is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) en opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de klinisch fysici, radiologen, cardiologen, neurochirurgen en medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundigen. Het Kennisinstituut heeft de richtlijn begeleid.

Bekijk de richtlijn in de Richtlijnendatabase