Nieuwe richtlijn Borstprothesechirurgie legt nadruk op voorlichting

16 oktober 2020

De Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) heeft een nieuwe richtlijn ontwikkeld voor borstprothesechirurgie. De nadruk in deze richtlijn ligt op het belang van goede informatievoorziening. Borstimplantaten worden bij verschillende operaties gebruikt. In Nederland zijn er circa 260.000 vrouwen met een borstimplantaat vanwege cosmetische redenen of in verband met een borstreconstructie na borstkanker.

‘De kern van de richtlijn is het vooraf optimaal informeren en voorbereiden van de patiënt, voorafgaand aan het plaatsen van een implantaat’, vertelt plastisch chirurg Felicia Smits, voorzitter van de werkgroep die de richtlijn heeft gemaakt. ‘Informatie is cruciaal, waarbij zowel de voordelen van een borstimplantaat, maar zeker ook de nadelen en de risico’s die er zijn, aan bod komen. Daarom hebben we ook een laagdrempelige, uitgebreide patiëntenfolder gemaakt in begrijpelijke taal en een speciale paragraaf in de richtlijn opgenomen over informatievoorziening.’

De afgelopen jaren zijn er tal van medische ontwikkelingen geweest, die worden behandeld in de nieuwe richtlijn, zoals het door plastisch chirurgen geïnitieerde onderzoek naar de relatie tussen borstprotheses en Breast Implant Associated - Anaplastic Large Cell Lymphoma (BIA-ALCL, een zeldzame vorm van lymfeklierkanker). In de richtlijn wordt ook aandacht besteed aan veiligheid van prothesen en de registratie van borstimplantaten in het zogeheten implantatenregister via DBIR (Dutch Breast Implant Registry). ‘Met DBIR krijgen we constant feedback over in Nederland gebruikte implantaten’, licht Smits toe. ‘We weten nu dat een klein percentage na 2 jaar opnieuw is geopereerd vanwege problemen zoals kapselvorming, pijnklachten of ontevredenheid met het formaat. Dit soort inzichten helpen ons verder om uiteindelijk betere zorg te leveren.’

De richtlijn is gemaakt in samenwerking met diverse andere specialismen, waaronder radiologen, algemeen chirurgen, pathologen en immunologen, maar ook met belangrijke input van de Patiëntenfederatie Nederland. Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten heeft het traject begeleid.