Interview met uroloog en voorzitter NVU Bart van Bezooijen: ‘Je bent voortdurend aan het schipperen en onderhandelen met jezelf’

Dit artikel is onderdeel van het dossier 'COVID-19: Omgaan met onzekerheid' in het magazine Medisch Specialist.

Bart van Bezooijen is uroloog in het Meander Medisch Centrum en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Urologie. Je moet nu harder werken aan de saamhorigheid, ervaart hij.
 

Draagt iedereen nog vanzelfsprekend zijn steentje bij?
‘De solidariteit is even groot als in maart, maar ziekenhuizen zijn natuurlijk ook gewoon bedrijven, met soms tegenstrijdige belangen binnen en buiten de organisatie. Daarnaast moeten ze het geld zien te verdienen met de reguliere zorg. Daarom is het goed dat de regio nu van het Landelijk Coördinatie-centrum Patiënten Spreiding (LCPS) dagelijks krijgt opgelegd hoeveel bedden vrijgemaakt moeten worden voor COVID-zorg. Mijn ziekenhuis kent dat principe, werkt altijd al met een centrale opnameplanning. Daardoor wordt van oudsher al eerlijk verdeeld.’
 

Waren jullie nu ook beter voorbereid of werd je toch weer verrast?
‘We hebben ons wel laten verrassen door de snelheid waarmee de tweede golf kwam.’

Helpt het dan dat je al ervaring hebt met afschalen?
‘In de eerste golf hebben we te veel reguliere zorg afgeschaald, zeker wat de polikliniek betreft. Daarvan hebben we geleerd en nu doen we er alles aan om die in stand te houden. In mijn ziekenhuis in Amersfoort zijn we nu – begin november – ongeveer 30 procent afgeschaald. De situatie is nog te behappen, en we kunnen patiënten overnemen uit het westen.’

Wat betekent dit voor de reguliere zorg?
‘De diagnostiek proberen we uit alle macht in de lucht te houden. Anders dan in de eerste golf zijn de meeste mensen gelukkig niet meer zo bang om naar het ziekenhuis te komen, al zullen er spijtig genoeg best nog wel zorgmijders zijn.’

Wat is de moeilijkste boodschap in de spreekkamer?
‘Dat een behandeling nog moet wachten, en dat we niet kunnen zeggen hoelang. Dat zal misschien nog wel tot eind 2021 zo blijven. Het kost me moeite de verwachtingen te temperen. Misschien kunnen we daar allemaal nog wat oefening in gebruiken.’

Hoe is het voor patiënten, dat er opnieuw behandelingen worden uitgesteld?
‘De acceptatie neemt af; we merken toenemende onvrede en woede aan de telefoon als verpleegkundigen en assistenten patiënten moeten afbellen. Mijn specialisme kent best veel behandelingen die je zonder gevaar kunt uitstellen, maar mensen hebben er wel last van. Het is een bittere pil als je bijvoorbeeld met een katheter rondloopt en geholpen moet worden aan je prostaat, maar je hoort dat het nog een paar maanden kan duren. Als dokter vind ik dat ook vreselijk.’ 

Welke impact heeft deze tweede golf op jezelf en je collega's?
‘Je bent voortdurend aan het schipperen en onderhandelen met jezelf. Per patiënt maak je de afweging welke zorg je iemand nog kan bieden. Dat had ik nooit gedacht te hoeven doen. Ik zie veel onrust bij dokters én verpleegkundigen, de lontjes worden korter. Er vallen mensen uit die ziek zijn of getest moeten worden. En iedereen is moe.’

Wat doe je eraan?
‘In de eerste golf kregen we steun en waardering, er hingen hier spandoeken in de buurt en elke dag was er wel een traktatie. We krijgen nog steeds wel waardering, maar de saamhorigheid moet je nu actiever op peil houden. Dat doen we door elkaar moed in te spreken, regelmatig aan elkaar te vragen hoe het gaat en ondanks alles uiteraard te blijven lachen. Ik loop nog als vanouds te fluiten door de gangen van mijn ziekenhuis, al klinkt het wat minder met een mondkapje.’

Download dit artikel en het dossier als pdf
Lees meer artikelen uit magazine