Interview met klinisch geriater en voorzitter NVKG Arend Arends: 'Vechten voor je patiënten'

Dit artikel is onderdeel van het dossier 'COVID-19: Omgaan met onzekerheid' in het magazine Medisch Specialist.

‘Hoe ontwikkel je adaptief vermogen terwijl de zorg al op allerlei fronten onder druk staat? Een eenvoudig antwoord: on the job. In de flow van de crisis ga je door, en pas je je voortdurend aan op de vraag. Puur op adrenaline. We moesten vechten voor onze eigen patiëntengroep. Het aanbod nam af, ouderen meldden zich niet meer. We waren tegelijkertijd heel hard bezig met alle logistiek rondom de geriatrische zorg, zodat die toch kon doorgaan. En we overlegden veel met huisartsen, regelden nazorg, en vroegen aandacht voor onze extra kwetsbare groep patiënten in deze crisis. 
 

Toen we merkten dat alle hectiek links en rechts tot kriebeligheid leidde, gingen we elkaar bevragen: kunnen we elkaar helpen, als vakgroep en in ons multidisciplinaire team? Zo’n gesprek was dringend nodig want we schaakten op meerdere borden tegelijk. In het begin was nog niet helder dat COVID-19 vooral de ouderen trof. We kregen wel signalen uit het land dat de ouderengeneeskunde stokte en er overleden veel oudere mensen. Op zo’n moment moet je voor je vakgebied staan, leiderschap tonen: "Hoe gaan wij als geriaters hiermee om, en wat hebben onze collega’s in het land nodig?" In een week tijd stampten we een multidisciplinaire leidraad uit de grond, voor huisartsen en specialisten. De centrale vraag was: stuur je oudere patiënten wel of niet naar het ziekenhuis? Het advies luidde: ga met kwetsbare ouderen in gesprek. Blijft iemand thuis, wat zijn dan de voorwaarden voor goede patiënten¬zorg? Hoe regel je de thuiszorg en de thuisbehandeling, zoals zuurstof? Hebben de thuiszorgverpleegkundigen en mantelzorgers de beschikking over voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen?
De boost voor deze leidraad kwam ook van de seniorenorganisaties. Zij vertelden dat de intelligente lockdown tot isolatie en gezondheidsproblemen leidde. Dit ging verder dan eenzaamheid. Op het moment dat niemand meer langskomt - geen thuiszorgmedewerker, geen familielid - dan signaleert ook niemand het meer als het slechter gaat. Onze ouderen raken dan ongemerkt ziek. Ze eten niet meer, krijgen uitdrogingsverschijnselen en vermageren.

Ook op maatschappelijk vlak pakten we daarom de handschoen op. Begin april zochten we met de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie contact met het Outbreak Management Team (OMT) en het ministerie van VWS. We kwamen tot een advies om te voorkomen dat ouderen gezondheidsproblemen krijgen door te strikte isolatie. We adviseerden - binnen de maatregelen - een minimaal aantal contacten. Daarnaast schreven we gemeenten aan via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. We spoorden hen aan om welzijns¬organisaties extra aandacht te laten geven aan deze sociaal geïsoleerde, kwetsbare mensen.
Dit soort crisis versterkt mijn intrinsieke motivatie om de zorgkwaliteit te borgen of zelfs te verbeteren. Ik dacht: "Mijn patiënten hebben het meer dan ooit nodig, voor deze mensen moet ik juist nu een extra stap zetten." En dat lukte, maar het kostte veel energie. Ik ben nu vermoeid en ik heb steun gezocht in de vorm van coaching. In een crisis pak ik dingen blijkbaar anders aan, wat mijn verantwoordelijkheidsgevoel meer lading geeft. Het helpt om daar met mijn coach over te praten, te reflecteren. En mijn gedrag is veranderd, krijg ik terug van mijn teamleden. Ze merken dat er meer rust komt in wat ik doe.

Deze tijd doet veel met ons, alles is anders en we spreken nieuwe competenties aan. En het draait om snelheid, om mensen meekrijgen. In de flow van de crisis lukt dat, ook in de tweede golf, maar daarna moet je echt weer bijsturen.’

Arend Arends klinisch geriater, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie

Download dit artikel en het dossier als pdf
Lees meer artikelen uit magazine