Geen onzin over zorg!

De theorie is ”supermakkelijk”, zegt Sjoerd Repping in de Volkskrant. “Ga door met bewezen zorg, stop met onzinzorg en onderzoek de rest.” Daar kan natuurlijk niemand tegen zijn. Toch kan het artikel aanleiding geven tot verwarring. Een Engelse publicatie liet zien dat van ongeveer de helft van de zorg het bewijs naar het nut ervan ontbreekt (dat wil zeggen: geleverd volgens moderne onderzoeksmethodologie). Dat mag echter niet verward worden met de gedachte dat dit dan allemaal ‘onzinzorg’ is. 

Alle artsen in Nederland willen goede zorg leveren en doen vanouds ook onderzoek naar wat die goede zorg is. De vertaling van onderzoek naar de dagelijkse praktijk is echter best lastig. Onderzoek gedaan in de ene patiëntengroep is niet zomaar toepasbaar op de andere. Wat in studieverband blijkt te werken bij patiënten met een bepaalde aandoening is niet altijd direct te vertalen naar bijvoorbeeld ouderen die ook nog eens hartklachten of suikerziekte hebben. In de dagelijkse praktijk is dat eerder regel dan uitzondering. De hooggeleerde Ivo Smulders heeft eens uitgerekend dat patiënten waarvoor de richtlijnen gelden, maar in ongeveer 11% van de gevallen lijken op de patiënten die je in de dagelijks praktijk tegen komt. Het kan dus goed voorkomen dat de ‘bewezen zinvolle behandeling’ uit de studie toch niet gepast is voor de individuele patiënt, net zo goed als er situaties zijn dat de ‘bewezen minder zinvolle’ behandeling juist wél aansluit bij de omstandigheden waarin de patiënt verkeert. Bijvoorbeeld in het geval van etalagebenen: na uitspraken daarover in de media vroeg een patiënt op mijn spreekuur mij of hij nu die Dotter van de bloedvaten niet meer mocht hebben nu in de krant stond dat dit niet zinvol zou zijn (de vele maanden looptraining hadden hem geen voordeel gebracht). Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de discussie over wat zinvolle zorg is?

Dokters buigen zich dagelijks over de vraag welke behandeling wel, niet of beter werkt. En ook zij zijn zich bewust van de kosten die daarbij gemaakt worden. Artsen realiseren zich als geen ander dat er nog veel aan kennis en kunde te winnen is. Het is echter niet haalbaar en ook niet wenselijk alle ‘niet bewezen effectieve’ behandelingen opnieuw te onderzoeken. Niet bewezen effectief is namelijk niet hetzelfde als bewezen niet-effectief en zeker niet hetzelfde als ‘onzinnig’. Geen mens zal een duur wetenschappelijk onderzoek beginnen naar het al dan niet gebruiken van een parachute bij het springen uit een vliegtuig. Zo zal ook niemand een studie doen naar het nut van antistollingsmedicijnen bij mensen die een metalen kunsthartklep hebben gekregen. In de groep van patiënten die in het kader van een dergelijke studie een placebo zouden krijgen, zullen doden vallen. Er zijn in de medische wereld legio voorbeelden te vinden van niet-bewezen maar toch wel zinvolle zorg. Maar ook voorbeelden van zorg waarover we simpelweg wél meer willen weten. 

De Federatie Medisch Specialisten met hun leden, de wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten, hebben daarom de kennislacunes waar zij het meeste tegen aan lopen samen met voor hun relevante patiëntenverenigingen geïnventariseerd en bij de partijen van het Hoofdlijnenakkoord aangedrongen op structurele financiering van vormen van onderzoek hiernaar. De bedoeling is meer en betere informatie te vergaren voor de keuzes die in de spreekkamer met de patiënt gemaakt moeten worden. 

We zijn dan ook blij met de support vanuit het ministerie van VWS en het Zorginstituut. Laten we ons best doen om die kennis te vergaren. Maar laten we ons ook bewust zijn van alles wat de zorg ons inmiddels geboden heeft en nog steeds biedt, en geen karikatuur maken van de ziekenhuiszorg door grote woorden te gebruiken en verwarring te scheppen over ‘onzinzorg’. 

Marcel Daniëls
Cardioloog en voorzitter Federatie Medisch Specialisten