Op adem komen

27 mei 2021

Het vaccinatietempo gaat omhoog en de cijfers van het aantal ziekenhuisopnames laten een dalende trend zien. Nog niet zo lang geleden was het heel spannend. De ziekenhuizen, met hoge aantallen ziekenhuisopnames en een onverminderd hoge werkdruk, leken ver verwijderd van de buitenwereld waar mensen snakken naar een drankje op het terras of een vakantie naar het buitenland. Ik ben blij dat beide werelden nu weer dichterbij elkaar lijken te komen.

Hopelijk zet de daling in het aantal ziekenhuisopnames door. Er is lang, keihard gewerkt onder heftige omstandigheden met tussendoor weinig mogelijkheden voor een adempauze. De mentale en fysieke belasting voor zorg­personeel is hoog. Dat komt natuurlijk omdat veel zorgverleners zijn ingezet in de covidzorg. Dokters en verpleegkundigen die op cohort­afdelingen bijspringen waar zij normaal niet werken, maar ook operatieassistentes, anesthesiemedewerkers, recovery personeel en anderen, allemaal hebben ze meegewerkt op een plek die niet hun natuurlijke werk­omgeving is. Dat is werken aan de rand van je competentie­gebied. Dat is vaak spannend en kost veel energie.

Daarnaast wordt ook de reguliere zorg maar verschoven en verschoven. Dokters die voor de zoveelste keer hun patiënt moeten afbellen. Zoals die patiënt met een versleten heup, die niet langer zelfstandig kan blijven wonen. Of die patiënt die nu ook in het andere oog staar ontwikkeld heeft en functioneel blind is. Ook die moet weer worden afgebeld. Of die patiënt die nauwelijks nog kan spreken vanwege een stembandverlamming of al maanden pijn in de benen heeft en wacht op een vaatoperatie en ga zo maar door. Het is niet de zorg die je gewend bent om te geven. En dat gaat aan je knagen. Langdurig werken met de adrenalinepomp aan, buiten je comfortzone, onzeker over het einde en dan ook nog het gevoel hebben dat je het niet goed doet. Het zijn ingrediënten die het vuur van de intrinsieke motivatie van de zorgprofessional kunnen doven. Het gevolg is een hoog ziekteverzuim en in het ergste geval zorgverleners die de zorg verlaten. Dat mogen we niet laten gebeuren.

Vorige week kreeg ik een inspirerende brief van Jaap Bonjer, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Samen met veertien verenigingen van zorgverleners die betrokken zijn bij het operatieve proces, heeft hij creatieve en onorthodoxe plannen gemaakt om de inhaalzorg weg te werken. Zoals het ‘schouder-aan-schouder-project’ in het Amsterdam UMC waar 150 studenten geneeskunde helpen in de zorg. In korte tijd kunnen zij worden opgeleid in risicovolle handelingen zoals het inbrengen van een infuus of het voorbereiden en toedienen van medicatie. Wat een kanjers.

Feit is en blijft dat ons een enorme berg inhaalzorg staat te wachten en dat zorgverleners nog niet op adem kunnen komen. We lopen 1,4 miljoen verwijzingen van huisartsen achter en hebben 140 duizend operaties op de wachtlijst staan. We hebben iedereen nodig voor de inhaalzorg. Een belangrijke vraag is daarom: wat hebben zorgverleners nodig om te herstellen? Wat hebben zij nodig om weer gemotiveerd en enthousiast het karwei van de inhaalzorg aan te kunnen? Samen met V&VN hebben we het initiatief genomen om een herstelplan voor de zorg te maken, waarbij deze vragen worden beantwoord. Dat begint bij de zorgprofessionals. Want zij weten wat zij nodig hebben om te ­herstellen en zo op adem te komen.

Peter Paul van Benthem
Kno-arts en voorzitter Federatie Medisch Specialisten 

Deze column is vandaag gepubliceerd in Medisch Contact.
 

Peter Paul van Benthem, voorzitter Federatie Medisch Specialisten
Peter Paul van Benthem
Voorzitter Federatie Medisch Specialisten